Versie: 2017

AFDELING XV

 

ONEDELE METALEN EN WERKEN DAARVAN

 

Aantekeningen voor de afdeling + Aanvullende aantekeningen voor de afdeling (GN)

 

 

 

HOOFDSTUK 72

 

GIETIJZER, IJZER EN STAAL

 

 

Aantekeningen + Aanvullende aantekeningen + Aanvullende aantekeningen (GN)

 

 

AANTEKENINGEN

 

1.    Voor de toepassing van dit hoofdstuk en, wat betreft de onder d), e) en f), voor de toepassing van de nomenclatuur, worden aangemerkt als:

a)    „gietijzer”:

       ijzer-koolstoflegeringen, praktisch niet vervormbaar, met meer dan 2 gewichtspercenten koolstof en die bovendien kunnen bevatten een of meer van de andere elementen in de daarbij vermelde verhoudingen:

   niet meer dan 10 gewichtspercenten chroom,

   niet meer dan 6 gewichtspercenten mangaan,

   niet meer dan 3 gewichtspercenten fosfor,

   niet meer dan 8 gewichtspercenten silicium,

   niet meer dan 10 gewichtspercenten andere elementen tezamen;

b)    „spiegelijzer”:

ijzer-koolstoflegeringen bevattende meer dan 6 doch niet meer dan 30 gewichtspercenten mangaan, die voorts beantwoorden aan de definitie in aantekening 1, onder a);

c)    ferrolegeringen”:

legeringen in de vorm van gietelingen, blokken, klompen of in dergelijke primaire vormen, in vormen verkregen door continugieten, dan wel in de vorm van korrels of poeder, ook indien geagglomereerd, gewoonlijk gebruikt als toeslag bij de vervaardiging van andere legeringen, hetzij als reductiemiddel, ontzwavelingsmiddel of voor dergelijk gebruik in de ijzermetallurgie en die in het algemeen niet vervormbaar zijn, bevattende 4 of meer gewichtspercenten ijzer en een of meer van de onderstaande elementen in de daarbij vermelde verhoudingen:

   meer dan 10 gewichtspercenten chroom,

   meer dan 30 gewichtspercenten mangaan,

   meer dan 3 gewichtspercenten fosfor,

   meer dan 8 gewichtspercenten silicium,

   meer dan 10 gewichtspercenten andere elementen (andere dan koolstof) tezamen, voor zover het gehalte aan koper niet meer dan 10 gewichtspercenten bedraagt;

d)    „staal”:

ferroproducten, andere dan bedoeld bij post 7203, die (met uitzondering van bepaalde soorten in de vorm van gegoten producten) vervormbaar zijn en niet meer dan 2 gewichtspercenten koolstof bevatten. Chroomstaal mag evenwel een hoger koolstofgehalte bezitten;

e)    „roestvrij staal”:

       gelegeerd staal bevattende niet meer dan 1,2 gewichtspercent koolstof en 10,5 of meer gewichtspercenten chroom, met of zonder andere elementen;

f)    „ander gelegeerd staal”:

staal dat niet beantwoordt aan de definitie van roestvrij staal, bevattende een of meer van de onderstaande elementen in de daarbij vermelde verhoudingen:

   0,3 of meer gewichtspercenten aluminium,

   0,0008 of meer gewichtspercenten boor (borium),

   0,3 of meer gewichtspercenten chroom,

   0,3 of meer gewichtspercenten kobalt,

   0,4 of meer gewichtspercenten koper,

   0,4 of meer gewichtspercenten lood,

   1,65 of meer gewichtspercenten mangaan,

   0,08 of meer gewichtspercenten molybdeen,

   0,3 of meer gewichtspercenten nikkel,

   0,06 of meer gewichtspercenten niobium,

   0,6 of meer gewichtspercenten silicium,

   0,05 of meer gewichtspercenten titaan,

   0,3 of meer gewichtspercenten wolfraam,

   0,1 of meer gewichtspercenten vanadium,

   0,05 of meer gewichtspercenten zirkonium,

   0,1 of meer gewichtspercenten andere elementen (andere dan zwavel, fosfor, koolstof en stikstof), voor ieder element afzonderlijk;

g)    afvalingots van ijzer of van staal”:

ruw gegoten producten in de vorm van ingots zonder gietkop of in de vorm van blokken, met duidelijke oppervlaktefouten en die niet beantwoorden aan de chemische samenstelling van gietijzer, van spiegelijzer of van ferrolegeringen;

h)    „korrels”:

producten die voor minder dan 90 gewichtspercenten door een zeef met een maaswijdte van 1 mm en voor 90 of meer gewichtspercenten door een zeef met een maaswijdte van 5 mm gaan;

ij)   „halffabricaten”:

massieve producten verkregen door continugieten, ook indien warm voorgewalst; en andere massieve producten enkel warm voorgewalst of ruw voorgesmeed, profielen in voorwerpsvorm daaronder begrepen.

Deze producten mogen niet opgerold zijn;

k)    „gewalste platte producten”:

massieve producten, gewalst, met een rechthoekige dwarsdoorsnede, die niet beantwoorden aan de definitie onder ij) hiervoor:

   spiraalvormig opgerold, of

   niet opgerold, met een breedte van ten minste tienmaal de dikte indien deze dikte minder dan 4,75 mm bedraagt, dan wel met een breedte van meer dan 150 mm en van ten minste tweemaal de dikte indien de dikte 4,75 mm of meer bedraagt.

Als gewalste platte producten worden eveneens aangemerkt, gewalste platte producten voorzien van rechtstreeks bij het walsen verkregen motieven in reliëf (bijvoorbeeld groeven, ribbels, wafels, ruiten, druppels), dan wel geperforeerd, gegolfd of gepolijst, voor zover de producten door deze bewerkingen niet het karakter hebben gekregen van elders bedoelde artikelen of werken.

Gewalste platte producten, anders dan vierkant of rechthoekig ongeacht de afmeting, moeten worden ingedeeld als producten met een breedte van 600 mm of meer, voor zover zij niet het karakter hebben van elders bedoelde artikelen of werken;

l)     „walsdraad”:

warm gewalste massieve producten, onregelmatig opgerold, met een dwarsdoorsnede in de vorm van een cirkel, een cirkelsegment, een ovaal, een vierkant, een rechthoek, een driehoek of een andere convexe veelhoek (daaronder begrepen „afgeplatte cirkels” en „gewijzigde rechthoeken”, waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn). Deze producten mogen voorzien zijn van inkepingen, verdikkingen, ribbels of andere bij het walsen verkregen vervormingen (betonijzer of betonstaal);

m)   „staven”:

massieve producten die niet beantwoorden aan de definities onder ij), k) of l) hiervoor, noch aan de definitie van draad en die een op alle plaatsen gelijke dwarsdoorsnede hebben in de vorm van een cirkel, een cirkelsegment, een ovaal, een vierkant, een rechthoek, een driehoek of een andere convexe veelhoek (daaronder begrepen „afgeplatte cirkels” en „gewijzigde rechthoeken”, waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn).

Deze producten mogen:

   voorzien zijn van inkepingen, verdikkingen, ribbels of andere bij het walsen verkregen vervormingen (betonijzer of betonstaal),

   na het walsen zijn getordeerd;

n)    „profielen”:

massieve producten die niet beantwoorden aan de definities onder ij), k), l) of m) hiervoor, noch aan de definitie van draad en die een op alle plaatsen gelijke dwarsdoorsnede hebben.

Dit hoofdstuk omvat niet producten bedoeld bij de posten 7301 en 7302;

o)    „draad”:

koud vervaardigde massieve producten, opgerold, die niet beantwoorden aan de definitie van gewalste platte producten en die een op alle plaatsen gelijke dwarsdoorsnede hebben van ongeacht welke vorm;

p)    „holle staven voor boringen”:

staven, ongeacht de vorm van de dwarsdoorsnede, geschikt voor de vervaardiging van boorstangen en waarvan de grootste buitenwerkse afmeting der dwarsdoorsnede, meer dan 15 doch niet meer dan 52 mm, ten minste het dubbele is van de grootste binnenwerkse afmeting. Holle staven van ijzer of van staal, die niet aan deze definitie beantwoorden, worden ingedeeld onder post 7304.

 

2.    Ferroproducten geplateerd met een ferrometaal van een andere soort, worden ingedeeld onder de post waaronder het ferrometaal valt dat in de samenstelling met het hoogste gewicht voorkomt.

 

3.    Producten van ijzer of van staal, verkregen door elektrolyse, door spuitgieten of door sinteren, worden ingedeeld naar vorm, samenstelling en uiterlijk aanzien, onder de posten waaronder overeenkomstige, door warm walsen verkregen, producten vallen.

 

 

Aanvullende aantekeningen

 

1.    In dit hoofdstuk wordt aangemerkt als:

a)    „gelegeerd gietijzer”:

gietijzer, bevattende een of meer van de onderstaande elementen in de daarbij vermelde verhoudingen:

   meer dan 0,2 gewichtspercent chroom,

   meer dan 0,3 gewichtspercent koper,

   meer dan 0,3 gewichtspercent nikkel,

   meer dan 0,1 gewichtspercent van een van de volgende elementen: aluminium, molybdeen, titaan, wolfraam, vanadium;

b)    „niet-gelegeerd automatenstaal”:

niet-gelegeerd staal, bevattende een of meer van de onderstaande elementen in de daarbij vermelde verhoudingen:

   0,08 of meer gewichtspercenten zwavel,

   0,1 of meer gewichtspercenten lood,

   meer dan 0,05 gewichtspercent selenium,

   meer dan 0,01 gewichtspercent tellurium,

   meer dan 0,05 gewichtspercent bismut;

c)    „siliciumstaal (transformatorstaal)”:

gelegeerd staal, bevattende ten minste 0,6 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten silicium en niet meer dan 0,08 gewichtspercent koolstof. Het product mag eveneens niet meer dan 1 gewichtspercent aluminium bevatten, doch geen ander element in een hoeveelheid waardoor aan het staal het karakter van een ander gelegeerd staal wordt verleend;

d)    sneldraaistaal”:

gelegeerd staal, bevattende ten minste twee van de drie volgende elementen: molybdeen, wolfraam en vanadium, met een gehalte van 7 of meer gewichtspercenten, voor de drie elementen samengenomen, en bovendien bevattende 0,6 of meer gewichtspercenten koolstof en 3 of meer doch niet meer dan 6 gewichtspercenten chroom, al dan niet vergezeld van andere legeringselementen;

e)    „siliciummangaanstaal”:

gelegeerd staal, bevattende:

   niet meer dan 0,7 gewichtspercent koolstof,

   0,5 of meer doch niet meer dan 1,9 gewichtspercenten mangaan, en

   0,6 of meer doch niet meer dan 2,3 gewichtspercenten silicium, doch geen ander element in een hoeveelheid waardoor aan het staal het karakter van een ander gelegeerd staal wordt gegeven.

 

2.    Voor de indeling van ferrolegeringen onder de onderverdelingen van post 7202 dient de volgende regel in acht te worden genomen:

een ferrolegering wordt als binair aangemerkt en onder de desbetreffende onderverdeling (indien deze bestaat) ingedeeld, indien een legeringselement het in aantekening 1, onder c), op dit hoofdstuk vermelde minimumpercentage te boven gaat. Dienovereenkomstig wordt een ferrolegering respectievelijk als ternair of quaternair aangemerkt indien twee of drie legeringselementen de daarvoor vermelde minimumpercentages te boven gaan.

Voor de toepassing van deze regel dient het gehalte van elk van de niet in aantekening 1, onder c), op dit hoofdstuk met name genoemde „andere elementen” meer dan 10 gewichtspercenten te bedragen.

 

 

Aanvullende aantekeningen (GN)

 

1.    Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden aangemerkt als:

   „dynamoplaat of transformatorplaat” en „dynamoband of transformatorband”: plat gewalste producten, bedoeld bij de onderverdelingen 7209 1610, 7209 1710, 7209 1810, 7209 2610, 7209 2710, 7209 2810 en 7211 2320, gekenmerkt door een wattverlies per kilogram, bepaald volgens de methode van Epstein, bij een stroom van 50 perioden en een inductie van 1 tesla:

   van 2,1 W of minder, indien de dikte niet meer is dan 0,2 mm,

   van 3,6 W of minder, indien de dikte meer is dan 0,2 mm doch minder dan 0,6 mm,

   van 6 W of minder, indien de dikte 0,6 mm of meer is doch niet meer dan 1,5 mm;

   „blik”: plat gewalste producten (met een dikte van minder dan 0,5 mm), bedoeld bij de onderverdelingen 7210 1220, 7210 7010, 7212 1010 en 7212 4020, bedekt met een laag metaal, waarvan het tingehalte 97 gewichtspercenten of meer bedraagt;

   „gereedschapsstaal”: gelegeerd staal, andere dan roestvrij staal of sneldraaistaal, bedoeld bij de onderverdelingen 7224 1010, 7224 9002, 7225 3010, 7225 4012, 7226 9120, 7228 3020, 7228 4010, 7228 5020 en 7228 6020, bevattende onderstaande elementen in een van de genoemde combinaties, met of zonder andere elementen:

   minder dan 0,6 gewichtspercent koolstof

en

0,7 of meer gewichtspercenten silicium en 0,05 of meer gewichtspercenten vanadium

of

4 of meer gewichtspercenten wolfraam;

   0,8 of meer gewichtspercenten koolstof

en

0,05 of meer gewichtspercenten vanadium;

   meer dan 1,2 gewichtspercent koolstof

en

11 of meer doch niet meer dan 15 gewichtspercenten chroom;

   0,16 of meer doch niet meer dan 0,5 gewichtspercent koolstof

en

3,8 of meer doch niet meer dan 4,3 gewichtspercenten nikkel

en

1,1 of meer doch niet meer dan 1,5 gewichtspercent chroom

en

0,15 of meer doch niet meer dan 0,5 gewichtspercent molybdeen;

   0,3 of meer doch niet meer dan 0,5 gewichtspercent koolstof

en

1,4 of meer doch niet meer dan 2,1 gewichtspercenten chroom

en

0,15 of meer doch niet meer dan 0,5 gewichtspercent molybdeen

en

minder dan 1,2 gewichtspercent nikkel;

   0,3 of meer gewichtspercenten koolstof

en

minder dan 5,2 gewichtspercenten chroom

en

0,65 of meer gewichtspercenten molybdeen of 0,4 of meer gewichtspercenten wolfraam;

   0,5 of meer doch niet meer dan 0,6 gewichtspercent koolstof

en

1,25 of meer doch niet meer dan 1,8 gewichtspercent nikkel

en

0,5 of meer doch niet meer dan 1,2 gewichtspercent chroom

en

0,15 of meer doch niet meer dan 0,5 gewichtspercent molybdeen.

 

 

TOP