Versie: 2017

AFDELING XI

 

TEXTIELSTOFFEN EN TEXTIELWAREN

 

Aantekeningen voor de afdeling + Aanvullende aantekeningen voor de afdeling

 

 

 

HOOFDSTUK 62

 

KLEDING EN KLEDINGTOEBEHOREN, ANDERE DAN VAN BREI- OF HAAKWERK

 

 

Aantekeningen + Aanvullende aantekeningen + Aanvullende aantekeningen (GN)

 

 

AANTEKENINGEN

 

1.    Onder dit hoofdstuk worden slechts ingedeeld geconfectioneerde artikelen van textiel, met uitzondering van die van watten of die van brei- of haakwerk (andere dan bedoeld bij post 6212).

 

2.    Dit hoofdstuk omvat niet:

a)    oude kleren en dergelijke artikelen, bedoeld bij post 6309;

b)    orthopedische artikelen, zoals breukbanden, medisch-chirurgische gordels en dergelijke (post 9021).

 

3.    Voor de toepassing van de posten 6203 en 6204 worden:

a)    als „kostuums”, „mantelpakken” en „broekpakken” aangemerkt, stellen of assortimenten van twee of drie kledingstukken van dezelfde stof aan de buitenzijde, bestaande uit:

   een colbertjas of dergelijke jas, waarvan de buitenzijde, met uitzondering van de mouwen, bestaat uit vier of meer panden, ontworpen om het bovenlichaam te bedekken, eventueel vergezeld van een mouwloos vest, waarvan de voorkant vervaardigd is uit dezelfde stof als die van de buitenkant van de overige delen van het stel of assortiment en waarvan de rugzijde is vervaardigd van dezelfde stof als die van de voering van de jas;

   een kledingstuk ontworpen om het onderlichaam te bedekken, zijnde een broek, een korte broek (andere dan zwembroek), een rok of een broekrok, zonder bretels en zonder borststuk.

Alle samenstellende delen van kostuums, mantelpakken en broekpakken dienen van een stof van dezelfde structuur, kleur en samenstelling te zijn; zij dienen eveneens van dezelfde stijl en van gelijke of verenigbare maat te zijn. Zij mogen evenwel zijn voorzien van boordsel (strook stof genaaid in de naad) van een andere stof.

Indien verschillende delen ontworpen om het onderlichaam te bedekken samen worden aangeboden (bijvoorbeeld twee lange broeken of een lange en een korte broek of een rok of een broekrok met een broek), wordt de lange broek of, in het geval van dames- of meisjeskleding, de rok of broekrok aangemerkt als het essentiële deel; de andere delen dienen afzonderlijk in beschouwing te worden genomen.

Als „kostuums” worden eveneens aangemerkt de navolgende ceremoniële of avondkostuums ook indien zij niet voldoen aan alle voornoemde voorwaarden:

   jacquetkostuums, bestaande uit een effen jas met laag hangende afgeronde achterpanden (jacquet) en een gestreepte broek;

   rokkostuums, gewoonlijk gemaakt van zwarte stof, waarvan de jas van voren betrekkelijk kort is, zonder sluiting en waarvan de smalle, op de heupen uitgesneden panden langs achter afhangen;

   smokings, waarbij de snit van de jas vrijwel gelijk is aan die van een gewone colbertjas (alhoewel iets meer van de borst vrijlatend), echter met revers van zijde of van imitatiezijde;

b)    als „ensembles” aangemerkt, stellen of assortimenten van verscheidene kledingstukken (andere dan de artikelen bedoeld bij de posten 6207 en 6208), gemaakt van dezelfde stof, opgemaakt voor de verkoop in het klein en bestaande uit:

   een kledingstuk ontworpen om het bovenlichaam te bedekken, met dien verstande dat een vest als tweede kledingstuk voor het bovenlichaam aanwezig mag zijn;

   een of twee verschillende kledingstukken ontworpen om het onderlichaam te bedekken, zijnde een lange broek, een zogenaamde Amerikaanse overall, een korte broek (andere dan zwembroek), een rok of een broekrok.

Alle samenstellende delen van een ensemble dienen van dezelfde structuur, stijl, kleur en samenstelling te zijn; zij dienen eveneens van gelijke of verenigbare maat te zijn. Als „ensembles” worden niet aangemerkt trainingspakken en skipakken, bedoeld bij post 6211.

 

4.    Voor de toepassing van post 6209 worden:

a)    als „kleding en kledingtoebehoren, voor baby's” aangemerkt, artikelen voor jonge kinderen met een lichaamslengte van niet meer dan 86 cm;

b)    artikelen die zowel onder post 6209 als onder andere posten van dit hoofdstuk kunnen worden ingedeeld, onder post 6209 ingedeeld.

 

5.    Kleding die zowel kan worden ingedeeld onder post 6210 als onder andere posten van dit hoofdstuk, met uitzondering van post 6209, wordt onder post 6210 ingedeeld.

 

6.    Voor de toepassing van post 6211 worden als „skipakken” aangemerkt, kledingstukken en stellen of assortimenten van kledingstukken, die naar uiterlijk en textuur herkenbaar zijn als bestemd om hoofdzakelijk te worden gedragen bij het skiën (alpine en langlauf). Zij bestaan uit:

a)    hetzij een „skioverall”, zijnde een eendelig kledingstuk ontworpen om het boven- en onderlichaam te bedekken; naast de mouwen en de kraag mag dit kledingstuk voorzien zijn van zakken en van voetbandjes;

b)    hetzij een „ski-ensemble”, zijnde een stel of assortiment van twee of drie kledingstukken, opgemaakt voor de verkoop in het klein en samengesteld uit:

   een kledingstuk zoals een anorak, blouson of dergelijk artikel, met een treksluiting, eventueel vergezeld van een vest;

   een broek, zelfs tot boven het middel reikend, of een zogenaamde Amerikaanse overall.

Het „ski-ensemble” mag eveneens zijn samengesteld uit een skioverall als bedoeld onder a) en een gewatteerde mouwloze jas die over de overall gedragen wordt.

Alle samenstellende delen van een ski-ensemble dienen gemaakt te zijn van een stof met dezelfde textuur, stijl en samenstelling, al dan niet van dezelfde kleur; zij dienen eveneens van gelijke of verenigbare maat te zijn.

 

7.    De artikelen omschreven in post 6214, zoals foulards, die vierkant of nagenoeg vierkant zijn en waarvan geen der zijden langer is dan 60 cm, worden ingedeeld onder post 6213. Zakdoeken, waarvan een der zijden langer is dan 60 cm, worden ingedeeld onder post 6214.

 

8.    Kleding bedoeld bij dit hoofdstuk, aan de voorzijde links-over-rechts sluitend, wordt aangemerkt als heren- of jongenskleding; die aan de voorzijde rechts-over-links sluitend als dames- of meisjeskleding. Deze bepalingen zijn niet van toepassing wanneer de snit van het kledingstuk duidelijk weergeeft dat het kledingstuk ontworpen is voor het ene of het andere geslacht.

Kleding waarvan niet kan worden onderkend dat zij heren- of jongenskleding, dan wel dames- of meisjeskleding is, wordt ingedeeld onder de post voor dames- of meisjeskleding.

 

9. Artikelen bedoeld bij dit hoofdstuk mogen zijn vervaardigd van metaaldraad

 

 

Aanvullende aantekeningen

 

Nihil

 

 

Aanvullende aantekeningen (GN)

 

1.    Voor de toepassing van aantekening 3, onder b), op dit hoofdstuk dienen, onverminderd de overige bepalingen van genoemde aantekening, de samenstellende delen van een ensemble geheel te zijn vervaardigd van een en dezelfde stof.

Derhalve kan de gebruikte stof, naar gelang van het geval, ongebleekt, gebleekt, geverfd, van verschillend gekleurd garen of bedrukt zijn.

Stellen en assortimenten vervaardigd van verschillende stoffen worden niet als ensemble aangemerkt, zelfs indien zij slechts in kleur verschillen.

Alle samenstellende delen van een ensemble dienen, opgemaakt voor de verkoop in het klein, samen als één enkele eenheid te worden aangeboden.

Individuele verpakking of afzonderlijke etikettering van elk der samenstellende delen van zo een enkele eenheid heeft geen invloed op de indeling als

ensemble.

 

2.    De posten 6209 en 6216 omvatten onder meer handschoenen (met of zonder vingers) en wanten, geïmpregneerd, bekleed of bedekt met kunststof of met rubber, ongeacht of zij zijn geconfectioneerd:

   uit met kunststof of rubber geïmpregneerd, bekleed of bedekt weefsel (ander dan brei- of haakwerk) als bedoeld bij post 5903 of 5906, of

   uit niet geïmpregneerd noch bekleed noch bedekt weefsel (ander dan brei- of haakwerk) en vervolgens zijn geïmpregneerd, bekleed of bedekt met kunststof of met rubber.

Indien het weefsel (ander dan brei- of haakwerk) enkel als drager dient, vallen handschoenen (met of zonder vingers) en wanten, geïmpregneerd, bekleed of bedekt met kunststof met celstructuur of rubber met celstructuur, onder hoofdstuk 39 of 40, zelfs indien zij zijn geconfectioneerd uit niet geïmpregneerd noch bekleed noch bedekt weefsel (ander dan brei- of haakwerk) en vervolgens zijn geïmpregneerd, bekleed of bedekt met kunststof met celstructuur of rubber met celstructuur (aantekening 2, onder a), punt 5), en aantekening 4, laatste alinea, op hoofdstuk 59).

 

 

TOP