Versie: 2017

AFDELING X

 

HOUTPULP EN PULP VAN ANDERE CELLULOSEHOUDENDE VEZELSTOFFEN; PAPIER EN KARTON VOOR HET TERUGWINNEN (RESTEN EN AFVAL); PAPIER EN KARTON, ALSMEDE ARTIKELEN DAARVAN

 

Aantekeningen voor de afdeling + Aanvullende aantekeningen voor de afdeling (GN)

 

 

 

HOOFDSTUK 48

 

PAPIER EN KARTON; CELLULOSE-, PAPIER- EN KARTONWAREN

 

 

Aantekeningen + Aanvullende aantekeningen + Aanvullende aantekeningen (GN)

 

 

AANTEKENINGEN

 

1.    Voor de toepassing van dit hoofdstuk en voor zover niet anders is bepaald, omvat de benaming „papier” zowel papier als karton, ongeacht de dikte of het gewicht per m²:

 

2.    Dit hoofdstuk omvat niet:

a)    artikelen bedoeld bij hoofdstuk 30;

b)    stempelfoliën bedoeld bij post 3212;

c)    geparfumeerd papier en papier, geïmpregneerd of bedekt met cosmetische producten (hoofdstuk 33);

d)    papier en cellulosewatten, geïmpregneerd of bedekt met zeep of met detergentia (post 3401), dan wel met poetsmiddelen, met polijstmiddelen, met schuurpasta's of met dergelijke preparaten (post 3405);

e)    lichtgevoelig papier of karton, bedoeld bij de posten 3701 tot en met 3704;

f)    papier geïmpregneerd met reageermiddelen voor diagnose of voor laboratoriumgebruik (post 3822);

g)    gelaagde kunststof met inlagen van papier of van karton en producten bestaande uit een laag papier of karton voorzien van een deklaag van of bekleed met kunststof, voor zover de dikte van de kunststof de helft van de totale dikte overtreft, alsmede werken daarvan, ander dan wandbekleding bedoeld bij post 4814 (hoofdstuk 39);

h)    artikelen bedoeld bij post 4202 (bijvoorbeeld reisartikelen);

ij)    artikelen bedoeld bij hoofdstuk 46 (vlechtwerk en mandenmakerswerk);

k)    papiergarens en textielwaren daarvan (afdeling XI);

l)     artikelen bedoeld bij hoofdstuk 64 of 65;

m)   schuur-, slijp- en polijstmiddelen, op een onderlaag van papier of van karton (post 6805) en mica bevestigd op papier of op karton (post 6814); papier en karton, bedekt met micapoeder valt daarentegen onder dit hoofdstuk;

n)    bladmetaal op een drager van papier of van karton (in het algemeen afdeling XIV of XV);

o)    artikelen bedoeld bij post 9209;

p)    artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bijvoorbeeld speelgoed, spellen, sportbenodigheden);

q)    artikelen bedoeld bij hoofdstuk 96 (bijvoorbeeld knopen, maandverbanden en tampons, luiers en inlegluiers voor baby's).

 

3.    Behoudens het bepaalde bij aantekening 7 worden onder de posten 4801 tot en met 4805 ingedeeld papier en karton, door kalanderen of anderszins gladgemaakt, gesatineerd, gelustreerd, geglansd, gepolijst of op een dergelijke wijze afgewerkt, dan wel van een onecht watermerk voorzien of dat een oppervlaktelijming heeft ondergaan, alsmede papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, in de massa (anders dan aan het oppervlak) gekleurd of gemarmerd, ongeacht de toegepaste werkwijze. Voor zover bij post 4803 niet anders is bepaald, worden papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, die een andere bewerking hebben ondergaan niet onder de voornoemde posten ingedeeld.

 

4.    In dit hoofdstuk wordt onder "krantenpapier" verstaan, papier, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, van de soort gebruikt voor het drukken van kranten, dat voor 50 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa bestaat uit houtvezels verkregen via een mechanisch of chemisch-mechanisch procedé, dat niet of zeer licht is gelijmd, waarvan het indicatiecijfer voor de oppervlakteruwheid volgens het Parker Print Surf-apparaat (1 MPa) aan elk der zijden hoger ligt dan 2,5 micrometer en met een gewicht van 40 of meer doch niet meer dan 65 g/m², uitsluitend aangeboden: a) in stroken of op rollen van meer dan 28 cm breedte; of b) in vierkante of rechthoekige bladen waarvan in ongevouwen staat de lengte van één zijde meer dan 28 cm en de lengte van de andere zijde meer dan 15 cm bedraagt.

 

5.    Voor de toepassing van post 4802 worden onder „papier en karton van de soort gebruikt om te worden beschreven of bedrukt of voor andere grafische doeleinden” en „papier en karton, niet-geperforeerd, voor ponskaarten of ponsband”, verstaan papier en karton hoofdzakelijk vervaardigd van gebleekte pulp of van pulp verkregen langs mechanische of chemisch-mechanische weg en dat voldoet aan een van de volgende criteria:

- papier en karton met een gewicht van niet meer dan 150 g/m²:

a)  bevattende 10 % of meer langs mechanische of chemisch-mechanische weg verkregen vezels, en

1.  met een gewicht van niet meer dan 80 g/m², of

2.  gekleurd in de massa, of

b)  bevattende meer dan 8 % as, en

1.  met een gewicht van niet meer dan 80 g/m², of

2.  gekleurd in de massa, of

c)  bevattende meer dan 3 % as en met een witheid van 60 % of meer, of

d) bevattende meer dan 3 % doch niet meer dan 8 % as, met een witheid van minder dan 60 % en met een indicatiecijfer voor de berststerkte van niet meer dan 2,5 kPa·m²/g, of

e)  bevattende niet meer dan 3 % as, met een witheid van 60 % of meer en met een indicatiecijfer voor de berststerkte van niet meer dan 2,5 kPa·m²/g.

- papier en karton met een gewicht van meer dan 150 g/m²:

a)  gekleurd in de massa, of

b)  met een witheid van 60 % of meer, en

1.  met een dikte van niet meer dan 225 micrometer, of

2.  met een dikte van meer dan 225 micrometer doch niet meer dan 508 micrometer en met een asgehalte van meer dan 3 %, of

c)  met een witheid van minder dan 60 %, met een dikte van niet meer dan 254 micrometer en met een asgehalte van meer dan 8 %.

Post 4802 omvat echter niet filtreerpapier en -karton (papier voor theezakjes daaronder begrepen), viltpapier en -karton.

 

6.    In dit hoofdstuk wordt onder „kraftpapier en kraftkarton” verstaan, papier en karton dat voor 80 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfaat- of natronproces ontsloten vezels bestaat.

 

7.    Voor zover uit de tekst van de posten niet het tegendeel blijkt, worden papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, die kunnen worden ingedeeld onder meer dan een der poste 4801 tot en met 4811, ingedeeld onder de post die in de volgorde van nummering het laatst geplaatst is.

 

8.    Onder de posten 4803 tot en met 4809 vallen uitsluitend papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels:

a)    in stroken of op rollen van meer dan 36 cm breedte, of

b)    in vierkante of rechthoekige bladen waarvan in ongevouwen staat de lengte van één zijde meer dan 36 cm en de lengte van de andere zijde meer dan 15 cm bedraagt.

 

9.    Voor de toepassing van post 4814 wordt als „behangselpapier en dergelijke wandbekleding” aangemerkt:

a)    papier op rollen, met een breedte van 45 of meer doch niet meer dan 160 cm, geschikt voor het bekleden van muren of van plafonds:

1)    gegreineerd, gegaufreerd, aan het oppervlak gekleurd, met motieven bedrukt of op andere wijze aan het oppervlak versierd (bijvoorbeeld met scheerhaar), ook indien voorzien van een deklaag van of bekleed met doorzichtige beschermende kunststof;

2)    met een korrelig oppervlak verkregen door in het papier verwerkte hout-, stro- of andere deeltjes;

3)    aan de voorzijde voorzien van een deklaag van of bekleed met kunststof die is gegreineerd, gegaufreerd, gekleurd, met motieven bedrukt of op andere wijze versierd, of

4)    aan de voorzijde bedekt met vlechtstoffen, ook indien deze zijn samengebonden of plat geweven;

b)    randen of boorden en friezen, van papier, op bovenstaande wijze behandeld, ook indien op rollen, geschikt voor het bekleden van muren of van plafonds;

c)    wandbekleding van papier, bestaande uit verschillende panelen, op rollen of in bladen, op zodanige wijze bedrukt dat zij een landschap, voorstelling of motief vormen nadat zij op de wand zijn aangebracht.

Producten op een drager van papier of karton, die zowel geschikt zijn voor vloerbedekking als voor wandbekleding, worden ingedeeld onder post 4823.

 

10.  Post 4820 omvat niet losse vellen of kaarten, op maat gesneden, ook indien bedrukt, gegaufreerd, gegreineerd of geperforeerd.

 

11.  Onder post 4823 valt onder meer papier en karton met geponste patronen voor jacquardmachines en dergelijke machines, alsmede kantpapier.

 

12.  Met uitzondering van de bij de posten 4814 en 4821 bedoelde artikelen worden onder hoofdstuk 49 ingedeeld papier, karton en cellulosewatten, alsmede werken daarvan, waarop gedrukte teksten of illustraties voorkomen, die een meer dan bijkomstig karakter hebben bij het primaire gebruik van de goederen.

 

 

Aanvullende aantekeningen

 

1.    Voor de toepassing van de onderverdelingen 4804 11 en 4804 19 wordt onder „kraftliner” verstaan, machineglad of eenzijdig glad papier en karton, op rollen, dat voor 80 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfaat- of natronproces ontsloten houtvezels bestaat, met een gewicht van meer dan 115 g/m² en met een minimum Mullen berststerkte als aangegeven in de volgende tabel, of voor ieder ander gewicht het lineair geïnterpoleerde of geëxtrapoleerde equivalent:

 

Gewicht (g/m2)

Minimum Mullen berststerkte (kPa)

115

393

125

417

200

637

300

824

400

961

 

2     Voor de toepassing van de onderverdelingen 4804 21 en 4804 29 wordt onder „kraftpapier voor de vervaardiging van grote zakken” verstaan, machineglad papier, op rollen, dat voor 80 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfaatof natronproces ontsloten vezels bestaat, met een gewicht van 60 of meer doch niet meer dan 115 g/m² en dat voldoet aan een van de volgende criteria:

a)    met een indicatiecijfer voor de berststerkte bepaald volgens Mullen, van 3,7 kPa·m²/g of meer en een rekbaarheid van meer dan 4,5 % in de dwarsrichting en van meer dan 2 % in de lengterichting;

b)    met minima voor scheurweerstand en treksterkte die niet lager mogen zijn dan aangegeven in de navolgende tabel, of voor ieder ander gewicht het lineair geïnterpoleerde equivalent:

 

 

Gewicht (g/m²)

Minimum voor scheurweerstand (mN)

Minimum voor treksterkte (kN/m)

lengterichting

lengterichting en dwarsligging

dwarsrichting

lengterichting en dwarsrichting

60

700

1 510

1,9

6

70

830

1 790

2,3

7,2

80

965

2 070

2,8

8,3

100

1 230

2 635

3,7

10,6

115

1 425

3 060

4,4

12,3

 

3.    Voor de toepassing van onderverdeling 4805 11 wordt onder „halfchemisch papier voor riffels” verstaan, papier op rollen, dat voor 65 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa bestaat uit door de combinatie van een mechanische en een chemische behandeling verkregen ongebleekte vezels van loofhout en dat een samendrukbaarheid heeft van meer dan 1,8 newton/g/m², bepaald volgens de CMT 30-methode (Corrugated Medium Test na conditionering gedurende 30 minuten) bij een relatieve vochtigheid van 50 % en bij een temperatuur van 23 °C.

 

4.    Onderverdeling 4805 12 omvat papier, op rollen, hoofdzakelijk samengesteld uit pulp van stro, verkregen door de combinatie van een mechanische en een chemische behandeling, met een gewicht van 130 g/m² of meer en een samendrukbaarheid van meer dan 1,4 newton/g/m², bepaald volgens de CMT 30-methode (Corrugated Medium Test na conditionering gedurende 30 minuten) bij een relatieve vochtigheid van 50 % en bij een temperatuur van 23 °C.

 

5.    De onderverdelingen 4805 24 en 4805 25 omvatten papier en karton, uitsluitend of hoofdzakelijk samengesteld uit pulp van teruggewonnen papier of karton (resten en afval). Zogenaamde „testliner” kan aan het oppervlak ook zijn voorzien van een laag papier die is gekleurd of is samengesteld uit gebleekte of ongebleekte, niet-teruggewonnen pulp. Deze producten hebben een indicatiecijfer voor de berststerkte bepaald volgens Mullen van 2 kPa·m²/g of meer.

 

6.    Voor de toepassing van onderverdeling 4805 30 wordt als „sulfietpakpapier” aangemerkt, eenzijdig glad papier, dat voor meer dan 40 gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit met behulp van het sulfietproces ontsloten houtvezels bestaat, met een asgehalte van niet meer dan 8 % en met een indicatiecijfer voor de berststerkte bepaald volgens Mullen van 1,47 kPa·m²/g of meer.

 

7.    Voor de toepassing van onderverdeling 4810 22 wordt als „licht gestreken papier (zogenaamd L.W.C.-papier)” aangemerkt, aan beide zijden gestreken papier met een totaal gewicht van niet meer dan 72 g/m² en met een strijklaag, per zijde, van niet meer dan 15 g/m² , op een drager die voor 50 of meer gewichtspercenten van de totale vezelmassa uit langs mechanische weg verkregen houtvezels bestaat.

 

 

Aanvullende aantekeningen (GN)

 

Nihil

 

TOP