Versie: 2017

AFDELING VI

 

PRODUCTEN VAN DE CHEMISCHE EN VAN DE AANVERWANTE INDUSTRIEËN

 

Aantekeningen voor de afdeling + Aanvullende aantekeningen voor de afdeling (GN)

 

 

 

HOOFDSTUK 38

 

DIVERSE PRODUCTEN VAN DE CHEMISCHE INDUSTRIE

 

 

Aantekeningen + Aanvullende aantekeningen + Aanvullende aantekeningen (GN)

 

 

AANTEKENINGEN

 

1.  Dit hoofdstuk omvat niet:

a)  geïsoleerde chemisch welbepaalde verbindingen andere dan de hierna genoemde:

1)  kunstmatig grafiet (post 3801);

2)  insectendodende middelen, rattenbestrijdingsmiddelen, schimmelwerende middelen, onkruidbestrijdingsmiddelen, middelen om het kiemen tegen te gaan, middelen om de plantengroei te regelen, desinfecteermiddelen en dergelijke producten, opgemaakt in de in post 3808 omschreven vormen of verpakkingen;

3)  brandblusmiddelen in de vorm van ladingen voor brandblusapparaten of in de vorm van brandblusbommen (post 3813);

4)  de in aantekening 2 hierna bedoelde gecertificeerde referentiematerialen;

5)  de in aantekening 3, onder a) en c), hierna bedoelde producten;

b)  mengsels van chemicaliën met voedingsstoffen of met andere stoffen die voedingswaarde bezitten, van de soort gebruikt bij de bereiding van producten voor menselijke consumptie (in het algemeen post 2106);

c)  slakken, assen en residuen (slib, ander dan slib van afvalwater, daaronder begrepen) die metalen, arseen of mengsels daarvan bevatten en die voldoen aan de voorwaarden van aantekening 3, onder a) of b), op hoofdstuk 26 (post 2620);

d) geneesmiddelen (post 3003 of 3004);

e)  onwerkzaam geworden katalysatoren van de soort gebruikt voor de winning van onedele metalen of voor de vervaardiging van chemische verbindingen van onedele metalen (post 2620), onwerkzaam geworden katalysatoren van de soort voornamelijk gebruikt voor het terugwinnen van edele metalen (post 7112) en katalysatoren die bestaan uit metalen of uit metaallegeringen in de vorm van bijvoorbeeld fijn poeder of metaaldoek (afdeling XIV of XV).

 

2.  A)   Voor de toepassing van post 3822 worden als „gecertificeerde referentiematerialen” aangemerkt, referentiematerialen die worden begeleid door een certificaat waarop staan vermeld de waarde van de gecertificeerde eigenschappen, de methoden die zijn gebruikt om deze waarden vast te stellen en de graad van nauwkeurigheid van elke waarde en die geschikt zijn voor analytische, kalibrerings of referentiedoeleinden.

 

B)   Met uitzondering van de producten bedoeld bij de hoofdstukken 28 en 29, heeft post 3822 voor de indeling van gecertificeerde referentiematerialen voorrang boven alle andere posten van de nomenclatuur.

 

3.  Post 3824 omvat onder meer de navolgende goederen, die niet onder een andere post van de nomenclatuur mogen worden ingedeeld, te weten:

a)  gecultiveerde kristallen (andere dan optische elementen), wegende per stuk 2,5 g of meer, van magnesiumoxide of van alkalimetaalhalogeniden of van aardalkalimetaalhalogeniden;

b)  foezelolie; dippelolie;

c)  radeervloeistoffen opgemaakt voor de verkoop in het klein;

d) producten voor het corrigeren van stencils en andere correctievloeistoffen en correctielinten (andere dan die bedoeld bij post 9612), opgemaakt voor de verkoop in het klein; en

e)  segerkegels en dergelijke artikelen.

 

4.  In de nomenclatuur wordt als „stedelijk afval” aangemerkt, afval van de soort die wordt ingezameld bij huishoudens, hotels, restaurants, ziekenhuizen, winkels, kantoren, enz., straat- en stoepveegsel, alsmede bouw- en sloopafval. Stedelijk afval bevat in het algemeen een grote verscheidenheid aan materialen, zoals kunststof, rubber, hout, papier, textiel, glas, metaal, voedingsmiddelen, kapot meubilair en andere beschadigde of afgedankte artikelen. De uitdrukking „stedelijk afval” heeft echter geen betrekking op:

a)  afzonderlijke materialen of artikelen die van het afval zijn gescheiden, zoals afvallen van kunststof, van rubber, van hout, van papier, van textiel, van glas of van metaal en gebruikte batterijen, die hun eigen indeling volgen;

b)  industrieel afval;

c)  farmaceutische afvallen als bedoeld bij aantekening 4, onder k), op hoofdstuk 30;

d) klinisch afval als bedoeld bij aantekening 6, onder a), hierna.

 

5.  Voor de toepassing van post 3825 wordt onder „slib van afvalwater” verstaan, slib afkomstig van stations voor rioolwaterzuivering, met inbegrip van afval van de voorbehandeling, schuimsel en niet-gestabiliseerd slib. Gestabiliseerd slib dat geschikt is om te worden gebruikt als meststof is uitgezonderd (hoofdstuk 31).

 

6.  Voor de toepassing van post 3825 wordt onder „andere afvallen” verstaan:

a)  klinisch afval, dat wil zeggen verontreinigd afval afkomstig van medisch onderzoek, diagnostische handelingen of andere medische, chirurgische, tandheelkundige of veeartsenijkundige behandelingen, dat dikwijls ziektekiemen en farmaceutische stoffen bevat en op een speciale wijze moet worden vernietigd (bijvoorbeeld vervuilde zwachtels, gebruikte handschoenen en gebruikte naalden);

b)  afval van organische oplosmiddelen;

c)  afvallen van beitsvloeimiddelen voor metalen, van hydraulische vloeistoffen, van remvloeistoffen en van antivriesvloeistoffen;

d) andere afvallen van de chemische of van aanverwante industrieën.

De uitdrukking „andere afvallen” heeft geen betrekking op afvallen die hoofdzakelijk aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten (post 2710).

 

7.  Voor de toepassing van post 3826 worden als „biodiesel” aangemerkt monoalkylesters van vetzuren van de soorten die als brandstof wordt gebruikt, verkregen uit dierlijke of plantaardige vetten en oliën, ook indien gebruikt.

 

 

Aanvullende aantekeningen

 

1.  De onderverdelingen 3808 52 en 3808 59 (omvatten uitsluitend goederen bedoeld bij post 3808, die een of meer van de volgende stoffen bevatten: alachloor (ISO); aldicarb (ISO); aldrine (ISO); azinfos-methyl (ISO); binapacryl (ISO); camfechloor (ISO) (toxafeen); captafol (ISO); chloorbenzilaat (ISO); chloordaan (ISO); chloordimeform (ISO); DDT (ISO) clofenotaan (INN), 1,1,1-trichloor-2,2-bis-(chloorfenyl)-ethaan); dieldrine (ISO, INN); 4,6-dinitro-o-cresol (DNOC (ISO)) of zouten daarvan; dinoseb (ISO), alsmede zouten en esters daarvan; endosulfan (ISO); ethyleendibromide (ISO) (1,2-dibroomethaan); ethyleendichloride (ISO) (1,2-dichloorethaan); fluoracetamide (ISO); fosfamidon (ISO); heptachloor (ISO); hexachloorbenzeen (ISO); 1,2,3,4,5,6-hexachloorcyclohexaan (HCH (ISO)), lindaan (ISO, INN) daaronder begrepen; kwikverbindingen; metamidofos (ISO); monocrotofos (ISO); oxiraan (ethyleenoxide); parathion (ISO); parathionmethyl (ISO) (methylparathion); penta- en octabroomdifenylethers; pentachloorfenol (ISO), alsmede zouten en esters daarvan; perfluoroctaansulfonzuur en zouten daarvan; perfluoroctaansulfonamiden; perfluoroctaansulfonylfluoride; 2,4,5-T (ISO) (2,4,5-trichloorfenoxyazijnzuur), alsmede zouten en esters daarvan; tributyltinverbindingen.

Onderverdeling 3808 59 omvat eveneens stuifpoederbereidingen bevattende een mengsel van benomyl (ISO), carbofuran (ISO) en thiram (ISO).

 

2.  De onderverdelingen 3808 61 tot en met 3808 69 omvatten uitsluitend goederen bedoeld bij post 3808, bevattende alfa-cypermethrin (ISO), bendiocarb (ISO), bifenthrin (ISO), chloorfenapyr (ISO), cyfluthrin (ISO), deltamethrin (INN, ISO), etofenprox (INN), fenitrothion (ISO), lambda-cyhalothrin (ISO), malathion (ISO), pirimifos-methyl (ISO) of propoxur (ISO).

 

3.  De onderverdelingen 3824 81 tot en met 3824 88 omvatten uitsluitend mengsels en bereidingen die een of meer van de volgende stoffen bevatten: oxiraan (ethyleenoxide), polybroombifenylen (PBB’s), polychloorbifenylen (PCB’s), polychloorterfenylen (PCT’s), tris(2,3-dibroompropyl)fosfaat, aldrine (ISO); camfechloor (ISO) (toxafeen), chloordaan (ISO), chloordecon (ISO); DDT (ISO) (clofenotaan (INN), 1,1,1-trichloor- 2,2-bis (p-chloorfenyl)ethaan); dieldrine (ISO, INN), endosulfan (ISO), endrin (ISO); heptachloor (ISO), mirex (ISO); 1,2,3,4,5,6-hexachloorcyclohexaan (HCH (ISO)), lindaan (ISO, INN) daaronder begrepen, pentachloorbenzeen (ISO); hexachloorbenzeen (ISO), perfluoroctaansulfonzuur en zouten daarvan, perfluoroctaansulfonamiden, perfluoroctaansulfonylfluoride of tetra-, penta-, hexa-, hepta- of octabroomdifenylethers).

 

4.  Voor de toepassing van de onderverdelingen 3825 41 en 3825 49 wordt onder „afval van organische oplosmiddelen” verstaan, afval dat hoofdzakelijk organische oplosmiddelen bevat, in de staat waarin het wordt aangeboden niet geschikt voor het oorspronkelijk doel, al dan niet bestemd voor het terugwinnen van oplosmiddelen.

 

 

Aanvullende aantekeningen (GN)

 

Nihil

 

TOP