Versie: 2017

AFDELING II

 

PRODUCTEN VAN HET PLANTENRIJK

 

Aantekeningen voor de afdeling + Aanvullende aantekeningen voor de afdeling (GN)

 

 

 

HOOFDSTUK 12

 

OLIEHOUDENDE ZADEN EN VRUCHTEN; ALLERLEI ZADEN, ZAAIGOED EN VRUCHTEN; PLANTEN VOOR INDUSTRIEEL EN VOOR GENEESKUNDIG GEBRUIK; STRO EN VOEDER

 

 

Aantekeningen + Aanvullende aantekeningen + Aanvullende aantekeningen (GN)

 

 

AANTEKENINGEN

 

1.    Als oliehoudende zaden bedoeld bij post 1207 worden onder meer aangemerkt: palmnoten en palmpitten, katoenzaad, ricinuszaad, sesamzaad, mosterdzaad, saffloerzaad, maanzaad en kariténoten. Van deze post zijn daarentegen uitgezonderd de producten bedoeld bij de posten 0801 en 0802, alsmede olijven (hoofdstuk 7 of 20).

 

2.    Post 1208 omvat niet alleen meel waaruit de olie niet is afgescheiden, doch ook meel waaruit de olie gedeeltelijk is afgescheiden, alsmede meel waaruit de olie eerst is afgescheiden en vervolgens weer geheel of gedeeltelijk is toegevoegd. Van deze post zijn daarentegen uitgezonderd de bij de posten 2304 tot en met 2306 bedoelde afvallen.

 

3.    Bietenzaad, graszaad en zaad van andere weidegewassen, zaad van sierbloemen, groentezaad, zaad van vruchtbomen en van andere bomen en zaad van wikken (andere dan die van de soort Vicia faba) en van lupine worden aangemerkt als zaaigoed bedoeld bij post 1209.

Van deze post zijn daarentegen uitgezonderd, ook indien zij bestemd zijn om als zaaigoed te dienen:

a)    zaad van peulgroenten en suikermais (hoofdstuk 7);

b)    specerijen en andere producten, bedoeld bij hoofdstuk 9;

c)    granen (hoofdstuk 10);

d)    producten bedoeld bij de posten 1201 tot en met 1207 en 1211.

 

4.    Post 1211 omvat onder meer planten en plantendelen van de volgende soorten: bazielkruid, bernagie, ginseng, hysop, zoethout, munt van alle soorten, rozemarijn, wijnruit, salie en absint.

Van deze post zijn daarentegen uitgezonderd:

a)    farmaceutische producten bedoeld bij hoofdstuk 30;

b)    parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, bedoeld bij hoofdstuk 33;

c)    insectendodende middelen, schimmelwerende middelen, onkruidbestrijdingsmiddelen, desinfecteermiddelen en dergelijke producten, bedoeld bij post 3808.

 

5.    Voor de toepassing van post 1212 worden niet als „zeewier en andere algen” aangemerkt:

a)    dode, eencellige micro-organismen bedoeld bij post 2102;

b)    culturen van micro-organismen bedoeld bij post 3002;

c)    meststoffen bedoeld bij de posten 3101 en 3105.

 

 

Aanvullende aantekeningen

 

1.    Voor de toepassing van onderverdeling 1205 10 wordt als „kool- en raapzaad met een laag gehalte aan erucazuur” aangemerkt, kool- en raapzaad dat een vaste olie oplevert met een gehalte aan erucazuur van minder dan 2 gewichtspercenten en een vast bestanddeel met een gehalte aan glucosinolaten van minder dan 30 micromol per gram.

 

 

Aanvullende aantekeningen (GN)

 

Nihil

 

 

TOP