Versie: 7/12/2017 9:22

AFDELING I

 

LEVENDE DIEREN EN PRODUCTEN VAN HET DIERENRIJK

 

Aantekeningen voor de afdeling + Aanvullende aantekeningen voor de afdeling (GN)

 

 

 

HOOFDSTUK 3

 

VIS, SCHAALDIEREN, WEEKDIEREN EN ANDERE ONGEWERVELDE WATERDIEREN

 

 

Aantekeningen + Aanvullende aantekeningen + Aanvullende aantekeningen (GN)

 

 

AANTEKENINGEN

 

1.  Dit hoofdstuk omvat niet:

a)  zoogdieren bedoeld bij post 0106;

b)  vlees van zoogdieren bedoeld bij post 0106 (post 0208 of 0210);

c)  vis (levers, kuit en hom daaronder begrepen), schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren, dood en naar hun aard of naar de toestand waarin zij zich bevinden ongeschikt voor menselijke consumptie (hoofdstuk 5); meel, poeder en pellets van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren, ongeschikt voor menselijke consumptie (post 2301);

d) kaviaar en kaviaarsurrogaten bereid uit kuit (post 1604).

 

2.  Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als „pellets” aangemerkt, producten die, door druk of door toevoeging van een bindmiddel in een kleine hoeveelheid, in de vorm van cilinders, bolletjes, enz., zijn geagglomereerd.

 

 

Aanvullende aantekeningen

 

Nihil

 

 

Aanvullende aantekeningen (GN)

 

1.  Voor de toepassing van onderverdelingen 0305 3211 en 0305 3219 worden kabeljauwfilets (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus) met een totaal zoutgehalte van 12 of meer gewichtspercenten die zonder verdere industriële verwerking geschikt zijn voor menselijke consumptie, als gezouten vis aangemerkt.

Bevroren kabeljauwfilets die echter een totaal zoutgehalte bevatten van minder dan 12 gewichtspercenten, moeten onder onderverdelingen 0304 7110 en 0304 7190 worden ingedeeld voor zover de daadwerkelijke en langdurige houdbaarheid voornamelijk het gevolg is van bevriezing.

 

2.  Voor de toepassing van de in de derde alinea vermelde onderverdelingen omvat de benaming „filet” ook „loins”, dat wil zeggen de repen vlees die de boven- of onder-, linker- of rechterhelft van een vis vormen, voor zover de kop, de ingewanden, de vinnen (rugvinnen, aarsvinnen, staartvinnen, buikvinnen, borstvinnen) en de graten (ruggengraat of wervelkolom, zijgraten of ribben, kieuwboog of kieuwstraal enz.) zijn verwijderd.

 

De indeling van deze producten als filets wijzigt niet als zij in stukken worden gesneden, op voorwaarde dat kan worden vastgesteld dat deze stukken van filets zijn verkregen.

 

De bepalingen van de eerste twee alinea's gelden voor de volgende vissen:

a)  tonijn (van het geslacht Thunnus) van onderverdelingen 0304 4990 en 0304 8700;

b)  zwaardvis (Xiphias gladius) van onderverdelingen 0304 4500 en 0304 8400;

c)  marlijn, zeilvis en speervis (van de familie Istiophoridae) van onderverdelingen 0304 4990 en 0304 8990;

d) oceanische haai (Hexanchus griseus, Cetorhinus maximus, Rhincodon typus, of die behoort tot een der families "Alopiidae", "Carcharhinidae", "Sphyrnidae" en "Isuridae") van onderverdelingen 0304 4790 en 0304 8819.

 

TOP