Versie: 2017

AFDELING I

 

LEVENDE DIEREN EN PRODUCTEN VAN HET DIERENRIJK

 

Aantekeningen voor de afdeling + Aanvullende aantekeningen voor de afdeling (GN)

 

 

 

HOOFDSTUK 2

 

VLEES EN EETBARE SLACHTAFVALLEN

 

 

Aantekeningen + Aanvullende aantekeningen + Aanvullende aantekeningen (GN)

 

 

AANTEKENINGEN

 

1.    Dit hoofdstuk omvat niet:

a)    wat de posten 0201 tot en met 0208 en post 0210 betreft, producten die ongeschikt zijn voor menselijke comsumptie;

b)    darmen, blazen en magen van dieren (post 0504) en dierlijk bloed (post 0511 of 3002);

c)    dierlijk vet, ander dan bedoeld bij post 0209 (hoofdstuk 15).

 

 

Aanvullende aantekeningen

 

Nihil

 

 

Aanvullende aantekeningen (GN)

 

1.    A.   Wordt aangemerkt als:

a)    „het hele geslachte rund” bedoeld bij de onderverdelingen 0201 10 en 0202 10: het hele geslachte rund na het uitbloeden, het ontdoen van de ingewanden  en het villen, al dan niet met inbegrip van de kop, de poten en andere, aan het geslachte dier vastzittende slachtafvallen. Indien het hele geslachte dier zonder kop wordt aangeboden, moet de kop van de romp zijn gescheiden ter hoogte van de bovenste halswervel (atlaswervel). Indien het hele geslachte dier zonder poten wordt aangeboden, moeten de poten zijn afgescheiden ter hoogte van de voorkniegewrichten, respectievelijk spronggewrichten. Als „heel geslacht dier” dient eveneens te worden aangemerkt: het voorste deel van het geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouders omvat, doch met meer dan tien paar ribben;

b)    „het halve geslachte rund” bedoeld bij de onderverdelingen 0201 10 en 0202 10: het product dat verkregen wordt door het scheiden van het hele dier in twee symmetrische delen door het midden van alle hals-, rug-, lenden- en staartwervels en door het midden van het borstbeen en het bekken. Als „half geslacht dier” dient eveneens te worden aangemerkt: het voorste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouder omvat, doch met meer dan tien ribben;

c)    compensated quarters” bedoeld bij de onderverdelingen 0201 2020 en 0202 2010: het geheel dat wordt gevormd:

-   hetzij door voorvoeten, die alle beenderen alsmede de hals en de schouder omvatten en met tien ribben, en door achtervoeten, die alle beenderen, alsmede de stomp, de dikke en de dunne lendenen omvatten en met drie ribben,

-   hetzij door voorvoeten, die alle beenderen alsmede de hals en de schouder omvatten en met vijf ribben, waarbij de vang, de platte ribben en de naborst in hun geheel aan de voorvoet vastzitten, en door achtervoeten, die alle beenderen, alsmede de stomp, de dikke en de dunne lendenen omvatten en met acht delen van ribben.

De voorvoeten en de achtervoeten, die „compensated quarters” vormen, moeten terzelfder tijd en in een gelijk aantal aan de douane worden aangeboden, waarbij het totale gewicht der voorvoeten gelijk moet zijn aan dat der achtervoeten. Er wordt evenwel een verschil in het gewicht van de twee gedeelten der zending toegestaan, mits dit verschil niet meer bedraagt dan 5 % van het zwaarste gedeelte (voorvoeten of achtervoeten);

d)    „voorspan” bedoeld bij de onderverdelingen 0201 2030 en 0202 2030: het voorste deel van het hele geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouder omvat, met ten minste vier paar en ten hoogste tien paar ribben (waarbij de eerste vier paar hele ribben moeten zijn, terwijl de overige paren uit delen van ribben mogen bestaan), met of zonder vang;

e)    „voorvoet” bedoeld bij de onderverdelingen 0201 2030 en 0202 2030: het voorste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de hals en de schouder omvat, met ten minste vier en ten hoogste tien ribben (waarbij de eerste vier ribben hele ribben moeten zijn, terwijl de overige uit delen van ribben mogen bestaan), met of zonder vang;

f)    achterspan” bedoeld bij de onderverdelingen 0201 2050 en 0202 2050: het achterste deel van het hele geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de stompen, de dikke en de dunne lendenen en de haas omvat, met ten minste drie paar ribben of delen van ribben, met of zonder schenkel en met of zonder vang;

g)    „achtervoet” bedoeld bij de onderverdelingen 0201 2050 en 0202 2050: het achterste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de stompen, de dikke en de dunne lendenen en de haas omvat, met ten minste drie ribben of delen van ribben, met of zonder schenkel en met of zonder vang;

h)    1.  delen aangeduid als „crops” en „chucks and blades” bedoeld bij onderverdeling 0202 3050: de tot de rug behorende gedeelten van de voorvoet met inbegrip van het bovenste gedeelte van de schouder, die uit de voorvoet met ten minste vier en ten hoogste tien ribben verkregen worden bij versnijding in een dwarsvlak, gaande van het verbindingspunt tussen de eerste rib en het eerste borstbeensegment naar het terugslagpunt van het middenrif bij de tiende rib;

       2.  delen aangeduid als „briskets” bedoeld bij onderverdeling 0202 3050: het onderste gedeelte van de voorvoet, omvattende de puntborst, de borst en de naborst;

 

B.   De producten bedoeld in onderdeel A, onder a) tot en met g), kunnen worden aangeboden met of zonder wervelkolom.

 

C.   Voor de bepaling van het aantal ribben of delen van ribben bedoeld in onderdeel A worden slechts de ribben of delen van ribben die aan de wervelkolom vastzitten in aanmerking genomen. Indien de wervelkolom is verwijderd, worden alleen de ribben of delen van ribben in aanmerking genomen die anders aan de wervelkolom zouden hebben vastgezeten.

 

2.    A.   Wordt aangemerkt  als:

a)    „hele en halve dieren” bedoeld bij de onderverdelingen 0203 1110 en 0203 2110: het geslachte varken (huisdier) na het uitbloeden, het ontdoen van de ingewanden en het verwijderen van de borstels en de klauwen. Het halve dier wordt verkregen door het hele geslachte dier te scheiden door de hals-, rug-, lenden- en staartwervels, door of langs het borstbeen en door het bekken. Het hele of halve dier kan al dan niet met inbegrip van de kop, met of zonder kinnebakspek, de poten, de bladreuzel, de nieren, de staart of het middenrif worden aangeboden. Het halve dier kan al dan niet met inbegrip van het ruggenmerg, de hersenen of de tong worden aangeboden. Hele en halve geslachte zeugen kunnen al dan niet met inbegrip van het uierweefsel (melkklier) worden aangeboden;

b)    „ham” bedoeld bij de onderverdelingen 0203 1211, 0203 2211, 0210 1111 en 0210 1131: het achterste (caudale) deel van het halve dier, met been, al dan niet met inbegrip van de poot, de schenkel, het zwoerd of het spek.

De ham wordt van het halve dier zodanig gescheiden dat hij ten hoogste de laatste lendenwervel omvat;

c)    „voorstuk” bedoeld bij de onderverdelingen 0203 1911, 0203 2911, 0210 1930 en 0210 1960: het voorste (craniale) deel van het halve dier zonder kop, met of zonder kinnebakspek, met been, al dan niet met inbegrip van de poot, de schenkel, het zwoerd of het spek.

Het voorstuk wordt van het halve dier zodanig gescheiden dat het ten hoogste de vijfde rugwervel omvat.

Het bovenste (dorsale) deel van het voorstuk (de halskarbonade), ook indien met het schouderblad en het daarbij behorende spierweefsel, wordt aangemerkt als een deel van de karbonadestreng, wanneer het hoogstens juist onder de wervelkolom gescheiden is van het onderste (ventrale) deel van het voorstuk;

d)    „schouder” bedoeld bij de onderverdelingen 0203 1219, 0203 2219, 0210 1119 en 0210 1139: het onderste deel van het voorstuk, met been, ook indien met het schouderblad en het daarbij behorende spierweefsel, al dan niet met inbegrip van de poot, de schenkel, het zwoerd of het spek.

Het schouderblad met het daarbij behorende spierweefsel afzonderlijk aangeboden, wordt aangemerkt als deel van de schouder en blijft tot deze post behoren;

e)    „karbonadestreng” bedoeld bij de onderverdelingen 0203 1913, 0203 2913, 0210 1940 en 0210 1970: het bovenste deel van het halve dier, met been, van de eerste halswervel tot en met de staartwervels, al dan niet met inbegrip van het haasje, het schouderblad, het zwoerd of het spek.

De karbonadestreng wordt juist onder de wervelkolom gescheiden van het onderste deel van het halve dier;

f)    „buik” bedoeld bij de onderverdelingen 0203 1915, 0203 2915, 0210 1211 en 0210 1219: het onderste deel van het halve dier tussen ham en schouder, ook genaamd „buikspek”, met of zonder been, maar met het zwoerd en het spek;

g)    „half baconvarken” bedoeld bij onderverdeling 0210 1910: het halve dier, ontdaan van de kop, de wang, het kinnebakspek, de poten, de staart, de bladreuzel, de nier, het haasje, het schouderblad, het borstbeen, de wervelkolom, het heupbeen en het middenrif;

h)    „spencer” bedoeld bij onderverdeling 0210 1910: het halve baconvarken zonder de ham, ook indien uitgebeend;

ij)   „3/4-side” bedoeld bij onderverdeling 0210 1920: het halve baconvarken, zonder het voorstuk, ook indien uitgebeend;

k)    middle” bedoeld bij onderverdeling 0210 1920: het halve baconvarken zonder de ham en zonder het voorstuk, ook indien uitgebeend.

Tot deze onderverdeling behoren ook delen van de „middle” die weefsel van de karbonadestreng en van de buik in de natuurlijke verhouding van de hele „middle” bevatten.

 

B.   De delen afkomstig van de deelstukken bedoeld in onderdeel A, onder f), vallen alleen onder dezelfde onderverdelingen als zij het zwoerd en het spek bevatten.

Worden de deelstukken van de onderverdelingen 0210 1111, 0210 1119, 0210 1131, 0210 1139, 0210 1930 en 0210 1960 gesneden van halve baconvarkens, waaruit reeds de in onderdeel A, onder g), genoemde beenderen verwijderd zijn, dan is de lijn voor het snijden gelijk aan die welke is vastgesteld in onderdeel A, respectievelijk onder b), c) of d). Deze deelstukken of delen daarvan dienen in alle gevallen been te bevatten.

 

C.   Vallen onder meer onder de onderverdelingen 0206 4900 en 0210 9949, de hele of halve kop van het geslachte varken (huisdier), met of zonder de hersenen, de wang of de tong, alsmede delen daarvan.

De kop wordt van het hele of halve dier gescheiden:

-   langs een rechte snede evenwijdig met de schedel;

-   langs een snede die tot de ooghoogte evenwijdig loopt met de schedel en vervolgens haaks schuin naar de snuit, waarbij het kinnebakspek blijft vastzitten aan het hele of halve dier.

Als delen van de kop worden ook aangemerkt de wang, de snuit en de oren, evenals het aan de kop overblijvende vlees voornamelijk van het achterhoofd. De afzonderlijk aangeboden delen zonder been van het voorstuk (doorregen halsspek, kinnebakspek, of niet van elkaar gescheiden kinnebakspek en doorregen halsspek) vallen echter naar gelang van de aanbiedingsvorm onder de onderverdeling 0203 1955, 0203 2955, 0210 1950 of 0210 1981.

 

D.   Als „spek” bedoeld bij de onderverdelingen 0209 1011 en 0209 1019, wordt aangemerkt het vetweefsel van alle delen van het dier, dat zich onder het zwoerd van het dier bevindt en dat daarmee verbonden is. Het gewicht van het vetweefsel moet in ieder geval hoger zijn dan het gewicht van het zwoerd        

De onderverdelingen omvatten eveneens spek dat ontdaan is van het zwoerd.

 

E.    Als „gedroogd of gerookt” bedoeld bij de onderverdelingen 0210 1131, 0210 1139, 0210 1219 en 0210 1960 tot en met 0210 1989, worden aangemerkt de producten waarvan de verhouding water/proteïne (stikstofgehalte × 6,25) in het vlees 2,8 of minder bedraagt. Het stikstofgehalte wordt bepaald volgens de ISO-methode 937-1978.

 

3.    A.   Wordt aangemerkt als:

a)    „het hele geslachte dier” bedoeld bij de onderverdelingen 0204 10, 0204 21, 0204 30, 0204 41, 0204 5011 en 0204 5051: het hele geslachte dier na het uitbloeden, het ontdoen van de ingewanden en het villen, al dan niet met inbegrip van de kop, de poten en andere aan het geslachte dier vastzittende slachtafvallen. Indien het hele geslachte dier zonder kop wordt aangeboden, moet de kop van de romp zijn gescheiden ter hoogte van de bovenste halswervel (atlaswervel). Indien het hele geslachte dier zonder poten wordt aangeboden, moeten de poten zijn afgescheiden ter hoogte van de voorkniegewrichten, onderscheidenlijk spronggewrichten;

b)    „het halve geslachte dier” bedoeld bij de onderverdelingen 0204 10, 0204 21, 0204 30, 0204 41, 0204 5011 en 0204 5051: het product dat verkregen wordt door het scheiden van het hele dier in twee symmetrische delen door het midden van alle hals-, rug-, lenden- en staartwervels en door het midden van het borstbeen en het bekken;

c)    „voorstuk” bedoeld bij de onderverdelingen 0204 2210, 0204 4210, 0204 5013 en 0204 5053: het voorste deel van het geslachte dier, met of zonder de borst, dat alle beenderen, alsmede de schouders, de hals en de ribben van vet ontdaan, omvat. Dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden en omvat ten minste vijf en ten hoogste zeven paar ribben of delen van ribben;

d)    „half voorstuk” bedoeld bij de onderverdelingen 0204 2210, 0204 4210, 0204 5013 en 0204 5053: het voorste deel van het halve geslachte dier, met of zonder de borst, dat alle beenderen, alsmede de schouder, de hals en de ribben van vet ontdaan, omvat. Dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden  en omvat ten minste vijf en ten hoogste zeven ribben of delen van ribben;

e)    „nierstuk  en zadel” bedoeld bij de onderverdelingen 0204 2230, 0204 4230, 0204 5015 en 0204 5055: het gedeelte van het geslachte dier dat overblijft na afscheiding van het achterstel en van het voorstuk, met of zonder nieren. Het van het nierstuk afgescheiden zadel moet ten minste vijf lendenwervels omvatten. Het van het zadel afgescheiden nierstuk moet ten minste vijf paar ribben of delen van ribben omvatten;

f)    „half nierstuk en zadel” bedoeld bij de onderverdelingen 0204 2230, 0204 4230, 0204 5015 en 0204 5055: het gedeelte van het halve geslachte dier dat overblijft na afscheiding van het halve achterstel en van het halve voorstuk, met of zonder nieren. Het van het halve nierstuk afgescheiden halve zadel moet ten minste vijf lendenwervels omvatten. Het van het halve zadel afgescheiden halve nierstuk moet ten minste vijf ribben of delen van ribben omvatten;

g)    „achterstel” bedoeld bij de onderverdelingen 0204 2250, 0204 4250, 0204 5019 en 0204 5059: het achterste deel van het geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de poten omvat. Dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden ter hoogte van de zesde lendenwervel iets onder het darmbeen of ter hoogte van de vierde staartwervel, door het darmbeen, voor het bekken;

h)    „half achterstel” bedoeld bij de onderverdelingen 0204 2250, 0204 4250, 0204 5019 en 0204 5059: het achterste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de poot omvat. Dit deel wordt door een snede loodrecht op de wervelkolom afgescheiden ter hoogte van de zesde lendenwervel iets onder het darmbeen of ter hoogte van de vierde staartwervel, door het darmbeen, voor het bekken.

 

B.   Voor de bepaling van het aantal ribben of delen van ribben bedoeld in onderdeel A worden slechts ribben of delen van ribben die aan de wervelkolom vastzitten in aanmerking genomen.

 

4.    Wordt aangemerkt als:

a)    „delen van pluimvee, met been” bedoeld bij de onderverdelingen 0207 1320 tot en met 0207 1360, 0207 1420 tot en met 0207 1460, 0207 2620 tot en met 0207 2670, 0207 2720 tot en met 0207 2770, 0207 4421 tot en met 0207 4461, 0207 4521 tot en met 0207 4561, 0207 5421 tot en met 0207 5461, 0207 5521 tot en met 0207 5561 en 0207 6021 tot en met 0207 6061: de daarin genoemde delen, waarin alle beenderen nog aanwezig zijn.

De hierboven genoemde delen van pluimvee, waaruit een gedeelte van de beenderen is verwijderd, vallen onder de onderverdeling 0207 1370, 0207 1470, 0207 2680, 0207 2780, 0207 4471, 0207 4481, 0207 4571, 0207 4581, 0207 5471, 0207 5481, 0207 5571, 0207 5581 of 0207 6081;

b)    „helften” bedoeld bij de onderverdelingen 0207 1320, 0207 1420, 0207 2620, 0207 2720, 0207 4421, 0207 4521, 0207 5421, 0207 5521 en 0207 6021: helften van hele dieren, verkregen door een snede langs het borstbeen en de wervelkolom;

c)    „kwarten” bedoeld bij de onderverdelingen 0207 1320, 0207 1420, 0207 2620, 0207 2720, 0207 4421, 0207 4521, 0207 5421, 0207 5521 en 0207 6021: achterkwarten of voorkwarten, verkregen door een dwarse doorsnede van helften;

d)    „hele vleugels, ook indien zonder spits” bedoeld bij de onderverdelingen 0207 1330, 0207 1430, 0207 2630, 0207 2730, 0207 4431, 0207 4531, 0207 5431, 0207 5531 en 0207 6031: delen van pluimvee, bestaande uit het opperarmbeen, de ellepijp en het spaakbeen met de daaraan gehechte spiermassa. De vleugelspits, met inbegrip van de beentjes van de carpus, kan al dan niet verwijderd zijn. De sneden worden gemaakt in de gewrichten;

e)    „borsten” bedoeld bij de onderverdelingen 0207 1350, 0207 1450, 0207 2650, 0207 2750, 0207 4451, 0207 4551, 0207 5451, 0207 5551 en 0207 6051: delen van pluimvee, bestaande uit het borstbeen en de ribben aan weerszijden daarvan, met de daaraan gehechte spiermassa;

f)    „dijen” bedoeld bij de onderverdelingen 0207 1360, 0207 1460, 0207 4461, 0207 4561, 0207 5461, 0207 5561 en 0207 6061: delen van pluimvee, bestaande uit het dijbeen, het scheenbeen en het kuitbeen met de daaraan gehechte spiermassa. De twee sneden worden gemaakt in de gewrichten;

g)    onderdijen van kalkoenen” bedoeld bij de onderverdelingen 0207 2660 en 0207 2760: delen van kalkoenen, bestaande uit het scheenbeen en het kuitbeen met de daaraan gehechte spiermassa. De twee sneden worden gemaakt in de gewrichten;

h)    „kalkoendijen,  andere dan onderdijen” bedoeld bij de onderverdelingen 0207 2670 en 0207 2770: delen van kalkoenen, bestaande uit het dijbeen met de daaraan gehechte spiermassa, of uit het dijbeen, het scheenbeen en het kuitbeen met de daaraan gehechte spiermassa. De twee sneden worden gemaakt in de gewrichten;

ij)   „zogenaamde eenden- of ganzenpaletots” bedoeld bij de onderverdelingen 0207 4471, 0207 4571, 0207 5471 en 0207 5571: eenden of ganzen  die worden aangeboden geplukt, geheel schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, en waaruit de beenderen van het karkas (borstbeen, ribben, wervelkolom en heiligbeen) zijn verwijderd doch waarin scheen-, dij- en opperarmbeenderen nog aanwezig zijn.

 

5.    Het douanerecht dat van toepassing is voor mengsels die onder dit hoofdstuk vallen, zal als volgt zijn:

a)  op mengsels, waarvan een bestanddeel ten minste 90 gewichtspercenten uitmaakt, wordt het recht bij invoer toegepast waaraan dit bestanddeel is onderworpen;

b) op andere mengsels wordt het recht bij invoer toegepast van het bestanddeel dat aan het hoogste recht bij invoer is onderworpen.

 

6.    a)    Niet-gekookt en niet-gebakken, gekruid vlees valt onder hoofdstuk 16. Als „gekruid vlees” wordt aangemerkt, vlees, niet gekookt en niet gebakken, dat, waarneembaar met het blote oog of duidelijk waarneembaar aan de smaak, inwendig of over de totale oppervlakte is gekruid.

b)    De producten van post 0210 blijven onder deze post ingedeeld, wanneer daaraan tijdens de vervaardiging kruiden zijn toegevoegd, voor zover daardoor hun karakter van product van post 0210 niet wordt gewijzigd.

 

7.    Voor de toepassing van de onderverdelingen 0210 11 tot en met 0210 93 worden vlees en eetbare slachtafvallen als „gezouten of gepekeld” aangemerkt, indien zij in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten en een totaal zoutgehalte van 1,2 of meer gewichtspercenten hebben en de houdbaarheid op lange termijn door het zouten is gewaarborgd. Voor de toepassing van onderverdeling 0210 99 worden vlees en eetbare slachtafvallen als „gezouten of gepekeld” aangemerkt, indien zij in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten en een totaal zoutgehalte van 1,2 of meer gewichtspercenten hebben.

 

 

TOP