Back

BESCHRIJVING VAN HET GEBRUIKSTARIEF

 

 

A. ALGEMENE BESCHRIJVING

 

Overzicht

 

1.Het Gebruikstarief is gebaseerd op het Geharmoniseerd Systeem (GS), de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) en TARIC, en bevat:

a.de volgende maatregelen ter uitvoering van communautaire wetgeving:

-††† Tariefschorsingen

-††† Tariefcontingenten

-††† Tariefpreferenties (inbegrepen die in het kader van een tariefcontingent of -plafond)

-††† Systeem voor algemene tariefpreferenties (SAP)

-††† Antidumping- en antisubsidiemaatregelen (bij invoer)

-††† Agrarische elementen (verwerkte landbouwproducten)

-††† Aanvullende invoerrechten

-††† Eenheidswaarden (periodieke eenheidswaarden voor bepaalde aan bederf onderhevige goederen)

-††† Forfaitaire invoerwaarden (groenten en fruit)

-††† Minimumprijzen en referentieprijzen

-††† Verbodsmaatregelen bij de invoer

-††† Beperkingsmaatregelen bij de invoer

- - Kwantitatieve maxima

- - Andere beperkingsmaatregelen, CITES (Conventie van Washington) inbegrepen

-††† Toezichtsmaatregelen bij de invoer

-††† Uitvoerheffingen en -belastingen

-††† Verbodsmaatregelen bij de uitvoer

-††† Beperkingsmaatregelen bij de uitvoer

- - Kwantitatieve maxima

- - Andere beperkingsmaatregelen, CITES (Conventie van Washington) inbegrepen en goederen voor tweeŽrlei gebruik

-††† Toezichtsmaatregelen bij de uitvoer

-††† Uitvoerrestituties.

 

b.nationale wetgeving:

-††† de BTW-tarieven

-††† de tarieven inzake accijnzen, bijzondere accijnzen, bijdrage op de energie, controleretributie en verpakkingsheffing.

 

 

Codering van de goederen

 

2.De communautaire reglementering isgerangschikt aan de hand van de producten waarop zij van toepassing is; deze producten dienen derhalve in een gestructureerde en uitvoerige nomenclatuur te worden omschreven.

De goederen worden volgens de Taric-nomenclatuur gecodeerd. De Taric-code bestaat uit tien cijfers. Voor de toepassing van specifieke communautaire voorschriften die niet of slechts gedeeltelijk met tien cijfers gecodeerd kunnen worden, wordt meestal een aanvullende code van vier cijfers of een aanvullende code bestaande uit ťťn letter en drie cijfers gebruikt. De aanvullende Taric-codes van 2000 t.e.m. 4999 en 6000 t.e.m. 9999 en die beginnend met de letters A, B, C en F dienen momenteel voor het coderen van:

-††† de antidumpingrechten en de compenserende rechten van toepassing op bepaalde ondernemingen, evenals de registratieverplichting voor sommige goederen bij invoer door bepaalde ondernemingen

-††† sommige agrarische elementen

-††† de farmaceutische producten

-††† sommige preferentiŽle tariefcontingenten

-††† de CITES-producten (Conventie van Washington)

-††† de uitvoerrestituties

-††† de uitvoer van cultuurgoederen

-††† de andere maatregelen waarvoor een onderverdeling van de GN-code noodzakelijk is

Het gebruik van die communautaire aanvullende code is verplicht.

De aanvullende codes van 0000 t.e.m. 1999 en 5000 t.e.m. 5999 daarentegen zijn nationaal (o.m. voor BTW, vergunningen, preferentiŽle rechten landbouwgoederen (opgenomen in de bijlage VII-B)). M.b.t. accijnzen zijn er nationale aanvullende codes vastgesteld in de reeksen beginnende met Q,R,S,T,U,V,W en X.

 

Het vermelden van deze nationale aanvullende codes op de douaneaangifte is Ė indien voorzien Ė verplicht.

 

De 10-cijferige Taric-codes en, indien nodig, de aanvullende codes (communautaire en nationale), zijn van toepassing op alle invoer uit derde landen van goederen van de overeenkomstige onderverdelingen. De 8-cijferige GN-codes en, indien nodig, de aanvullende codes, zijn van toepassing op de uitvoer en op het handelsverkeer tussen de lidstaten.

 

OPMERKING:

 

In principe kunnen goederen bij uitvoer niet worden ingedeeld onder goederencodes waarbij een voetnoot (o.a. TN001, NC001, TN003 en TN066) is geplaatst waaruit blijkt dat de indeling onder die goederencode onderworpen is aan de controle op de bestemming. Uitzonderingen op die regel zijn opgenomen in cijfer 24 van de Instructie "Bijzondere bestemmingen" - D.I. 627.

 

 

Structuur van de goederencode

 

3.De goederencode (= Taric-code) en de aanvullende codes zijn als volgt gestructureerd:

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

 

1

2

3

4

 

 

1

2

3

4

 

 

1

2

3

4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1

2

3

4

5

6

 

GEHARMONISEERD SYSTEEM (GS)

 

 

7

8

 

GECOMBINEERDE NOMENCLATUUR (GN)

 

 

9

10

 

Taric

 

 

 1

2

3

4

 

Eerste aanvullende Taric-code

 

 

1

2

3

4

 

 

 

 

 

Tweede aanvullende Taric-code (eventueel)

 

 

1

2

3

4

 

Nationale aanvullende code

 

 

B. MAATREGELEN

 

Douanerechten

 

1.Goederen die in het vrije verkeer worden gebracht en naargelang het geval van oorsprong (1) of van herkomst (1) zijn worden belast volgens de aanduidingen in TARBEL.

Het spreekt vanzelf dat de preferentiŽle douanerechten slechts worden toegekend mits naleving van de gestelde voorwaarden.

 

2.Voor zover niet anders is aangegeven, wordt het douanerecht in percent van de douanewaarde geheven.

 

3.Voor de granen die vallen onder goederencodes 1001 1100 10, 1001 1100 20, 1001 1100 30, 1001 1900 12, 1001 1900 18, 1001 1900 20, 1001 1900 30, 1001 9120 20, 1001 9900 12, 1001 9900 14, 1001 9900 16, 1001 9900 18, 1002 0000 00, 1005 1090 00, 1005 9000 20, 1005 9000 90, 1007 1090 00 en 1007 9000 00 kunnen de douanerechten op de 1ste en de 16de van de maand worden gewijzigd. De douanerechten die zijn opgenomen in kolom 3 van het maatregelscherm moeten dus met enige omzichtigheid worden toegepast.

De na te leven voorwaarden worden opgenomen in bijlage II. De voorwaarden voor het verkrijgen van de preferentiŽle douanerechten zijn door middel van een voetnoot opgenomen in TARBEL (zie tariefbericht 163 van 10.12.2009) of in de bijlage VII-B.

 

4.Voor de goederen die vallen onder de goederencodes 1006 2011 00 tot 1006 3098 90 (rijst) alsmede 1703 1000 00 en 1703 9000 00 (melasse) kunnen de douanerechten (voor melasse betreft het de mogelijkheid om het douanerecht "derde landen" geheel of gedeeltelijk te schorsen) een paar maal per jaar worden gewijzigd. De douanerechten die voor die goederen zijn opgenomen in kolom 3 van het maatregelscherm moeten dus met enige omzichtigheid worden toegepast.

 

5.De vermelding van bijvoorbeeld "EUR/ % vol/hl" in kolom 3 van het maatregelscherm m.b.t. hoofdstuk 22 betekent dat een specifiek recht van toepassing is, uitgedrukt in EUR per volumepercentage alcohol per hectoliter. Zo wordt een alcoholhoudende drank met een alcohol-volumegehalte van 40 % vol als volgt belast, indien onderstaande specifieke rechten van toepassing zijn:

- "1 EUR/ % vol/hl" geeft 1 EUR x 40 = 40 EUR per hectoliter, of

- "1 EUR/ % vol/hl + 5 EUR/hl" geeft 1 EUR x 40 + 5 EUR = 45 EUR per hectoliter.

 

6.De vermelding "MIN" (bijvoorbeeld "1,6 EUR/% vol/hl MIN 9 EUR/hl") betekent dat het recht, berekend overeenkomstig de hierboven vermelde regel, moet worden vergeleken met het minimumrecht (in dit voorbeeld "9 EUR/hl") en dat het hoogste van de twee wordt toegepast.

 

Schorsingen en tariefcontingenten

7.Tariefpreferenties kunnen worden toegekend in het kader van een schorsing van douanerecht of van een tariefcontingent "erga omnes". Voor goederen uit bepaalde landen/gebieden zijn desgevallend specifieke tariefcontingenten vermeld. De schorsingen en tariefcontingenten worden respectievelijk aangeduid met de letters S en K, gevolgd door het verminderd recht en voor de tariefcontingenten een volgnummer beginnend met "09.".

In de landbouwsector worden tal van tariefcontingenten geopend die worden beheerd door middel van een vooraf afgeleverd invoercertificaat waaruit blijkt dat het overeenkomstig douanerecht toepassing vindt. In dergelijke gevallen begint het volgnummer met "09.4".

De invoer onder het stelsel van de tariefcontingenten mag geschieden over alle douanekantoren, voor zover hun douaneverrichtingen in die zin niet zijn beperkt. De instructie "Tariefcontingenten" - D.I. 625 dient steeds te worden geraadpleegd. Voor de tariefcontingenten beginnend met ď09.4Ē wordt verwezen naar tariefbericht 163 van 10.12.2009.

 

Verminderde douanerechten voor bepaalde landbouwproducten

8.Voor sommige verminderde rechten in de landbouwsector die niet worden toegekend in het kader van de stelsels die in de vorige punten worden besproken, zijn er specifieke voorwaarden die verder gaan dan een bewijs van oorsprong voorzien om van dat recht te kunnen genieten. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de bijlage VII-B. In de meeste van die gevallen staat in de desbetreffende kolom van het gebruikstarief bij het betrokken douanerecht een voetnoot met een verwijzing naar de toepasselijke verordening.

 

Eenheidswaarden

9.De douanewaarde van bepaalde fruit- en groentensoorten van de hoofdstukken 7 en 8 kan volgens periodieke eenheidswaarden worden bepaald.

Deze goederen worden in de kolom maatregeltype, aangeduid met de vermelding "VU". Deze eenheidswaarden wijzigen periodiek.

 

Forfaitaire invoerwaarden - invoerprijzen

10.Voor bepaalde goederen van de hoofdstukken 7, 8, 20 en 22 wordt het specifieke recht dat moet worden geÔnd naast het ad valorem recht, bepaald aan de hand van de invoerprijs van de goederen. Ter zake wordt verwezen naar de ßß 372 tot 420 van de Instructie Landbouwprocedures 2000 (D.I. 684.0).

In TARBEL is voor de desbetreffende Taric-codes in het maatregelscherm in de kolom "type" het maatregeltype "SIV" voorzien en in de kolom "maatregel" is de forfaitaire waarde vermeld.

In bijlage II bis zijn per Taric-code de periodes opgenomen waarvoor het systeem van de invoerprijzen van toepassing is. Op bladzijde 1 van die bijlage zijn tevens de modaliteiten opgenomen om via TARBEL de desbetreffende invoerprijsvorken en de daarmee overeenstemmende invoerrechten te raadplegen.

 

Agrarische elementen

11.Voor bepaalde verwerkte landbouwproducten is bij het in het vrije verkeer brengen naast het ad valorem recht een specifiek recht, genaamd agrarisch element, verschuldigd. Soms is de som van beide rechten beperkt tot een maximum bestaande uit een ad valorem recht en een specifiek recht dat wordt berekend op het suikergehalte (in dat geval is er sprake van een aanvullend recht op suiker) of op het meelgehalte (in dat geval is er sprake van een aanvullend recht op meel).

De agrarische elementen kunnen gekoppeld zijn aan een GN-code of aan een aanvullende Taric-code. In het eerste geval zijn de agrarische elementen als gewone specifieke rechten vermeld in kolom 3 van het maatregelscherm; in het andere geval zijn in plaats van een specifiek recht de letters "EA" (indien het agrarisch element derde landen van toepassing is) of "EAR" (preferentiŽle agrarische elementen) vermeld. Om het agrarisch element te berekenen dat is aangeduid met de letters "EA" of "EAR" dient men eerst de toepasselijke aanvullende Taric-code te bepalen. Deze code wordt bepaald aan de hand van de samenstelling van de goederen inzake "zetmeel en/of glucose", inzake "saccharose, invertsuiker en/of isoglucose", inzake "melkvetgehalte" of inzake "melkproteÔnen" uitgedrukt in gewichtspercenten. Daartoe kan het schema van bijlage III worden gebruikt.

Voor de aanvullende rechten op suiker (aangeduid als ADSZ) of op meel (aangeduid als ADFM) die eventueel deel uitmaken van een maximum recht, zijn de bepalingen opgenomen in de vorige alinea overeenkomstig van toepassing.

 

Het ad valorem recht en het agrarisch element worden om technische redenen apart berekend. In de gevallen dat het hiervoor bedoelde maximumrecht wordt overschreden, is het derhalve noodzakelijk te weten dat het steeds het agrarisch element is dat moet worden verminderd. Dit wordt hieronder aan de hand van enkele voorbeelden uiteengezet (de bedragen uitgedrukt in EUR zijn fictief):

 

Code

(kolom 6)

Douanerecht derde landen

(kolom 7)

Douanerecht IS

(kolom 9)

2105 0091 00

8 + 38,5 EUR/100 kg

MAX 18,1 + 7 EUR/100 kg

0 + 37,22 EUR/100 kg

MAX 18,1 + 7 EUR/100 kg

 

 

Voorbeeld nr. 1:

 

Invoer van 1.000 kg consumptie-ijs met chocolade van code 2105 0091 00, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, met een douanewaarde van 1.000 EUR.

 

Verschuldigd:

- douanerecht ÖÖÖ.†† 1.000 EUR x 8 %††††††††††††††††††† =†††††† 80 EUR

- agrarisch element Ö1.000 kg X 38,5 EUR/100 kg†† =†††† 385 EUR

†††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† †††††† 465 EUR

 

Maximum:

- ad valorem ÖÖÖÖ. 1.000 EUR x 18,1 %††††††††† =††††† 181 EUR

- aanvullend recht ÖÖ 1.000 kg x 7 EUR/100 kg†† =††††† ††70 EUR

††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† 251 EUR

 

Gezien het douanerecht ten bedrage van 80 EUR volledig dient geÔnd te worden, bedraagt het agrarisch element: 251 EUR Ė 80 EUR = 171 EUR

In totaal wordt er dus geÔnd: 80 EUR + 171 EUR = 251 EUR

 

Voorbeeld nr. 2:

 

Zelfde gegevens als voor het voorbeeld nr. 1, doch de goederen zijn van oorsprong uit IJsland (IS):

 

Verschuldigd:

- douanerecht ÖÖÖ..nihil

- agrarisch element Ö. 1.000 kg x 37,22 EUR/100 kg†† =†† 372,2 EUR

 

Maximum:

- ad valorem ÖÖÖÖ. 1.000 EUR x 18,1 %††††††††† =††††† 181 EUR

- aanvullend recht ÖÖ 1.000 kg x 7 EUR/100 kg†† =††††† ††70 EUR

††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† 251 EUR

 

Een agrarisch element van 251 EUR moet worden geÔnd.

 

Antidumpingmaatregelen: antidumpingrechten, compenserende rechten en goederen bij invoer onderworpen aan registratie

12.De toepasselijke antidumpingmaatregelen zijn terug te vinden bij de betrokken goederencodes in het maatregelscherm TARBEL.

 

12/2. Wettelijke basis

De verschillende specifieke verordeningen genomen op grond van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie en Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiŽring uit landen die geen lid van de Europese Unie zijn.

 

12/3. Antidumpingrechten en compenserende rechten

Naast het douanerecht moeten voor bepaalde producten ook antidumpingrechten en/of compenserende rechten worden geheven.

 

Beginselen uit de wettelijke basis:

a.Antidumpingrechten:

Een antidumpingrecht kan worden toegepast op ieder product ten aanzien waarvan dumping plaatsvindt, wanneer het in de Unie in het vrije verkeer brengen daarvan schade veroorzaakt.

Ten aanzien van een product wordt geacht dumping plaats te vinden indien de prijs van dit product bij uitvoer naar de Unie lager is dan een vergelijkbare prijs die in het kader van normale handelstransacties voor het soortgelijke product voor het land van uitvoer is vastgesteld.

 

b.Compenserende rechten:

Compenserende rechten kunnen worden ingesteld om elke subsidie te neutraliseren die rechtstreeks of onrechtstreeks wordt toegekend voor de vervaardiging, de productie, de uitvoer of het vervoer van een product waarvan het in de Unie in het vrije verkeer brengen schade veroorzaakt.

Deze rechten zijn ingesteld voor een welbepaalde oorsprong. Soms is evenwel het land van uitvoer bepalend.

Antidumpingmaatregelen zijn onderworpen aan de regels inzake niet-preferentiŽle of economische oorsprong.

Inzake antidumpingrechten en compenserende rechten - hetzij voorlopige, hetzij definitieve - zijn soms afwijkende rechten van toepassing voor welbepaalde producenten of exporteurs. In dat geval zijn voor deze ondernemingen specifieke aanvullende Taric-codes vastgesteld die door de aangever verplicht moeten worden vermeld in het desbetreffende deelvak van vak 33 van het enig document.

Er is een onderscheid tussen voorlopige en definitieve antidumpingrechten/compenserende rechten. Indien het een voorlopig recht betreft, wordt dit uitdrukkelijk vermeld (maatregel DUMPP = voorlopig antidumpingrecht of maatregel COMPP = voorlopig compenserend recht). Het in het vrij verkeer brengen van goederen waarvoor een voorlopig recht werd ingesteld, is afhankelijk van het stellen van een zekerheid gelijk aan het bedrag van het voorlopig recht. De zekerheid wordt gesteld op een van de wijzen die door de administratie worden aanvaard (personele borgtocht, speciŽn, enz.).

Blijven onderworpen aan het antidumpingrecht of het compenserend recht, de producten die over TURKIJE uit het vrij verkeer worden ingevoerd, wanneer ze van oorsprong zijn uit een land waarvoor een antidumpingrecht of een compenserend recht geldt (vermelding van het maatregeltype "CTDUM" en de verwijzing "TM303" bij de ISO alfa 2-code "TR" in het maatregelscherm van de TARBEL toepassing).

Wanneer een voorlopig recht wordt omgezet in een definitief recht moet dat onmiddellijk worden geÔnd. De boeking moet alleszins geschieden uiterlijk twee maanden na het tijdstip waarop de verordening tot instelling van het definitieve recht in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekend gemaakt (artikel 218 ß 2 van het Communautair douanewetboek).

 

Instelling van definitieve rechten - regulariseren van invoer die heeft plaatsgevonden tijdens de periode dat een voorlopig recht was ingesteld:

Principe:

ē††† wanneer het definitieve recht hoger is dan het voorlopige recht, wordt slechts het bedrag van het voorlopig recht definitief geÔnd

ē††† wanneer het definitieve recht lager is dan het voorlopige recht, wordt slechts het bedrag van het definitieve recht geÔnd en wordt vervolgens de gestelde zekerheid vrijgegeven.

 

12/4. Goederen bij invoer onderworpen aan registratie

De Europese Commissie kan, door middel van een verordening, de douaneautoriteiten de opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer van bepaalde specifieke goederen te registreren, zodat eventueel maatregelen (zelfs met terugwerkende kracht tot op het moment van de instelling van de registratieverplichting) met betrekking tot deze goederen kunnen worden genomen. Een dergelijk verordening kan een schatting van de bedragen vermelden die eventueel later verschuldigd zullen zijn. In dergelijk geval wordt de invoer met registratie afhankelijk gesteld van het stellen van een zekerheid die berekend wordt op basis van deze vermelde geschatte bedragen.

 

De invoer wordt voor een periode van ten hoogste negen maanden aan registratieplicht onderworpen.

 

Aanvullende douanerechten

13.Voor sommige landbouwgoederen is bij het in het vrije verkeer brengen naast het douanerecht een aanvullend douanerecht van toepassing. De lijst van de betrokken codes is opgenomen in bijlage V. De voorwaarden die eventueel moeten worden nageleefd zijn eveneens opgenomen in bijlage V.

 

Compenserende heffingen

14.Opgeheven.

 

Referentieprijzen vis

15.Opgeheven.

 

Accijnzen en milieutaksen

16.Bij invoer uit derde landen (elk ander gebied dan het accijnsgebied van de EU Ė zie de omzendbrief ďVerschillende gebieden van de GemeenschapĒ van 15 juni 2005, nr. D.D. 254.915 (D.I. 509.10)) worden de communautaire accijnsgoederen (alcohol en alcoholhoudende dranken, energieproducten en elektriciteit, evenals de tabaksfabrikaten), onderworpen aan de accijns en eventueel bijzondere accijns. Die rechten zijn onafhankelijk van het invoerrecht.

Van de Belgische autonome accijnsgoederen (alcoholvrije dranken en koffie), is de accijns verschuldigd bij invoer uit alle landen, dus eveneens bij het binnenkomen vanuit een EU-Lidstaat.

De heffing van de accijnzen op goederen is niet gebonden aan de indeling van die goederen onder bepaalde GS-codes.

Naast de accijnzen en bijzondere accijnzen zijn voor bepaalde producten eveneens een controleretributie, bijdrage op de energie en/of verpakkingsheffing van toepassing.

De verschillende heffingen kunnen worden geraadpleegd in TARBEL via de link ďAccijnzen PLDAĒ.

 

BTW

17.Zie bijlage XV.

 

Invoercertificaten AGRIM

18.Voor sommige landbouwgoederen is bij het in het vrije verkeer brengen een invoercertificaat AGRIM vereist. In de meeste gevallen is dan in kolom 2 van het maatregelscherm de vermelding "LPS", gevolgd door een voetnoot in kolom 3 van het maatregelscherm waarin is vermeld dat een invoercertificaat is vereist.

De minimumhoeveelheden waarvoor geen invoercertificaat vereist is [ß 60 van de Instructie Landbouwprocedures (D.I. 684.0)], zijn opgenomen in TARBEL in kolom 4 van het maatregelscherm in een conditie (C). In bijlage VI is de lijst van de GN-codes opgenomen waarvoor een invoercertificaat vereist is, samen met de minimumhoeveelheden.

 

Uitvoerheffingen en -belastingen

19.Wanneer sommige landbouwgoederen worden uitgevoerd uit het douanegebied van de EU, kan een uitvoerheffing of -belasting verschuldigd zijn.

De voorwaarden die eventueel moeten worden nageleefd worden opgenomen in bijlage IX.

 

Uitvoerrestituties

20.Wanneer sommige landbouwgoederen worden uitgevoerd uit het douanegebied van de EU, kan een uitvoerrestitutie worden toegekend. Voor de landbouwgoederen die genoemd zijn in bijlage I bij het EG-Verdrag (zie bijlage I) is in kolom 3 van het maatregelscherm de vermelding "REX" opgenomen; voor de landbouwgoederen die niet genoemd zijn in bijlage I bij het EG-Verdrag (zie eveneens bijlage I) en voor sommige verwerkte groenten en fruit is de vermelding "RIX" aangebracht.

Voor de goederen bedoeld in het eerste gedeelte van voorgaande zin werden er restitutiecodes bestaande uit twaalf cijfers gecreŽerd die bestaan uit de GN-code (de eerste acht cijfers) en een aanvullende code (de laatste vier cijfers). Voor de andere goederen werd er geen specifieke code gemaakt en gebruikt men de GN-code.

De lijst van de restitutiecodes (bij ontstentenis: de GN-code) en de volledige restitutienomenclatuur alsmede ten titel van inlichting per bestemming het restitutiebedrag zijn opgenomen in de bijlage X.

 

Uitvoercertificaten AGREX

21.Voor sommige landbouwgoederen is bij de uitvoer uit het douanegebied van de EU een uitvoercertificaat AGREX vereist. In voorkomend geval is in de meeste gevallen in de kolom 2 van het maatregelscherm de vermelding "SPX" opgenomen, gevolgd door een voetnoot in de kolom 3 van het maatregelscherm waarin is vermeld dat een uitvoercertificaat vereist is.

De minimumhoeveelheden waarvoor geen uitvoercertificaat vereist is [ß 60 van de Instructie Landbouwprocedures (D.I. 684.0)], alsmede de regeling inzake de voorfixatiecertificaten zijn opgenomen in TARBEL in de kolom 4 van het maatregelscherm in een conditie (C). In bijlage XI is de lijst van de GN-codes opgenomen waarvoor een uitvoercertificaat vereist is (met de minimumhoeveelheden) of een voorfixatiecertificaat kan worden voorgelegd.

 

Statistiek

22.De eerste acht cijfers van de goederencode vormen het verplicht aan te geven statistieknummer.

 

23.De eventuele aanvullende statistische eenheden dienen te worden aangegeven volgens de vermeldingen in kolom 4. De gebruikte afkortingen zijn opgenomen in D, lijst 1, hierna ("Bijzondere maatstaven"). Aanvullende statistische eenheden worden als volgt afgerond: tot en met de halve eenheid wordt afgerond naar beneden, boven de halve eenheid wordt afgerond naar boven (vb. code 0407 2100 00 : statistische eenheid van 500 eieren in de schaal = 0).

 

24.De ISO alfa-2 code van de geonomenclatuur voor de aanduiding van de landen en gebieden als herkomst of bestemming van de goederen zijn opgenomen in D, lijst 4 hierna.

 

 

C. OPMERKING IN VERBAND MET DE BIJLAGEN

 

In de bijlagen zijn de regelingen uiteengezet die niet of onvolledig zijn verwerkt in TARBEL. Het betreft voornamelijk landbouwregelingen (bijlagen I tot en met XIV) en BTW (bijlage XV).

 

De bijlagen I tot en met XIV hebben betrekking op landbouwgoederen. Wat onder "landbouwgoederen" moet worden verstaan is opgenomen in de bijlage I (= overzichtstabel). De eerste kolom van de overzichtstabel bevat alle GN-codes die betrekking hebben op landbouwgoederen. In de volgende kolommen zijn dan de landbouwregelingen per bijlage opgenomen. Wanneer nu voor een welbepaalde code een landbouwregeling van toepassing is, wordt dat vermeld in de desbetreffende kolom. Zodoende kan de gebruiker van dit boekwerk voor elk landbouwproduct zien welke bijlage(n) hij moet raadplegen.

 

 

D. DE AFKORTINGEN / SYMBOLEN

 

1.Bijzondere maatstaven

 

c/k 

Aantal karaat (1 metriekkaraat = 2 x 10-4 kg)

ce/el

Aantal cellen

ct/l

Laadvermogen in metrieke ton (1)

Gram

gi F/S

Gram splijtbare isotopen

kg H2O2 

Kilogram waterstofperoxide

kg K2

Kilogram kaliumoxide

kg KOH

Kilogram kaliumhydroxide (bijtende potas)

kg met. am

Kilogram methylaminen

kg/net eda 

Kilogram netto-uitlekgewicht

kg 90 % sdt 

Kilogram drooggewicht ad 90 %

kg N

Kilogram stikstof

kg NaOH 

Kilogram natriumhydroxide (bijtende soda)

kg P2O5 

Kilogram difosforpentaoxide (fosforzuuranhydride)

kg U 

Kilogram uranium

1000 kWh 

Duizend kilowattuur

1

Liter

1 alc. 100 %

Liter zuivere alcohol (100%)

1000 l 

Duizend liter

m

Meter

m2

Vierkante meter

m3 

Kubieke meter

1000 m3 

Duizend kubieke meter

pa 

Aantal paren

p/st 

Aantal stuks

100 p/st 

100 stuks

1000 p/st 

1000 stuks

TJ

Terajoule (verbrandingswarmte)

-

Geen bijzondere maatstaf

 

(1)Men verstaat onder laadvermogen in metrieke ton (ct/l) het laadvermogen van een schip uitgedrukt in metrieke ton, zonder rekening te houden met de goederen vervoerd als scheepsproviand (brandstof, gereedschap, levensmiddelen en dergelijke) noch met de vervoerde personen (personeel en passagiers) en hun reisgoed.

 

 

2.Afkortingen met betrekking tot de toepassing van de rechten

 

+ ADFM

+ Aanvullend recht op meel

+ ADFMR

+ Verminderd aanvullend recht op meel

+ ADSZ

+ Aanvullend recht op suiker

+ ADSZR

+ Verminderd aanvullend recht op suiker

+ EA

+ Agrarisch element

+ EAR

+ Verminderd agrarisch element

MAX

Maximum

MIN

Minimum

 

 

3.Andere afkortingen en symbolen

 

AD F/M

Aanvullend douanerecht meel

AD S/Z

Aanvullend douanerecht suiker

b/f

Fles

cm/sec

Centimeter per seconde

EA

Agrarisch element

Ä

Euro

GN

Gecombineerde nomenclatuur

INN

International non-proprietary name

INNM

International non-proprietary name modified

ISO

International Organization for Standardization

Kbit

1 024 bit

kg/br

Kilogram brutogewicht

kg/net

Kilogram nettogewicht

kg/net eda

Kilogram netto-uitlekgewicht

kg/net mas

Kilogram in droge stof

MAX

Maximum

Mbits

1 048 576 bit

MIN

Minimum

ml/g

Milliliter per gram

mm/sec

Millimeter per seconde

RON

Research-octaangetal

 

 

4.Landenlijst (ISO alfa 2-codes)

 

- 4a:landenlijst, alfabetisch volgens de landennaam

- 4b:lijst van als herkomst of bestemming der goederen aan te duiden overige geografische codes

Voor de identificatie van de landen en gebieden wordt de ISO alfa 2-code (code bestaande uit 2 letters) gebruikt.

 

 

4a.Landenlijst (alfabetisch volgens de landennaam)

 

Land

ISO alfa 2-code

Afghanistan

AF

AlbaniŽ

AL

Algerije

DZ

Amerikaanse Maagdeneilanden

VI

Amerikaans-Somoa

AS

Andorra

AD

Angola, m.i.v. Cabinda

AO

Anguilla

AI

Antarctica [Gebieden ten zuiden van zestig graden zuiderbreedte, m.u.v. de Franse zuidelijke gebieden (TF), Bouveteiland (BV) en Zuid-GeorgiŽ en de Zuid-Sandwicheilanden (GS)]

AQ

Antigua en Barbuda

AG

ArgentiniŽ

AR

ArmeniŽ

AM

Aruba

AW

AustraliŽ

AU

Azerbeidzjan

AZ

Bahama's

BS

Bahrein

BH

Bangladesh

BD

Barbados

BB

BelgiŽ

BE

Belize

BZ

Benin

BJ

Bermuda

BM

Bezette Palestijnse gebieden [Westelijke Jordaanoever (m.i.v. Oost-Jeruzalem) en Gazastrook]

PS

Bhutan

BT

Boeroendi (Burundi)

BI

Bolivia, Plurinationale staat

BO

Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BQ

BosniŽ en Herzegovina

BA

Botswana

BW

Bouveteiland

BV

BraziliŽ

BR

Brits Indische Oceaanterritorium (Chagoseilanden)

IO

Britse Maagdeneilanden

VG

Brunei (Brunei Darussalam)

BN

Bulgarije

BG

Burkina Faso

BF

Cambodja

KH

Canada

CA

Centraal-Afrikaanse Republiek

CF

Ceuta

XC

Chili

CL

China

CN

Christmaseiland

CX

Cocoseilanden (of Keelingeilanden)

CC

Colombia

CO

Comoren (Grande Comore, Anjouan en Mohťli)

KM

Congo

CG

Congo (Democratische Republiek) (voormalig ZaÔre)

CD

Cookeilanden

CK

Costa Rica

CR

Cuba

CU

CuraÁao

CW

Cyprus

CY

Denemarken

DK

Djibouti

DJ

Dominica

DM

Dominicaanse Republiek

DO

Duitsland m.i.v. Helgoland, m.u.v. het gebied BŁsingen

DE

Ecuador m.i.v. de Galapagoseilanden

EC

Egypte

EG

El Salvador

SV

Equatoriaal-Guinea

GQ

Eritrea

ER

Estland

EE

EthiopiŽ

ET

FaeroŽr

FO

Falklandeilanden

FK

Fiji

FJ

Filipijnen

PH

Finland m.i.v. de Alandeilanden

FI

Frankrijk m.i.v. Monaco en de Franse overzeese departementen (Frans-Guyana, Guadeloupe, Martinique en Rťunion) en het Franse noordelijke deel van Sint-Maarten

FR

Franse Zuidelijke Gebieden (Kerguelen, Amsterdameiland, Saint Pauleiland, Grozeteilanden en verspreide Franse eilanden in de Indische Oceaan : Bassas da India, Europa, de Glorieuzen, Juan de Nova en Tromelin)

TF

Frans-PolynesiŽ [Marquesaseilanden, Genootschapseilanden (waaronder Tahiti), Tuamotu-eilanden, Gambiereilanden en Australeilanden]

PF

Gabon

GA

Gambia

GM

GeorgiŽ

GE

Ghana

GH

Gibraltar

GI

Grenada m.i.v. de Zuid-Grenadinen

GD

Griekenland

GR

Groenland

GL

Guam

GU

Guatemala

GT

Guinee

GN

Guinee-Bissau

GW

Guyana

GY

HaÔti

HT

Heard- en McDonaldeilanden

HM

Honduras m.i.v. de Zwaaneilanden

HN

Hongarije

HU

Hongkong (Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China)

HK

Ierland

IE

IJsland

IS

India

IN

IndonesiŽ

ID

Irak

IQ

Iran, Islamitische Republiek

IR

IsraŽl

IL

ItaliŽ m.i.v. Livigno; m.u.v. de gemeente Campione d'Italia

IT

Ivoorkust

CI

Jamaica

JM

Japan

JP

Jemen (voormalig Noord-Jemen en Zuid-Jemen)

YE

JordaniŽ

JO

Kaaimaneilanden

KY

KaapverdiŽ

CV

Kameroen

CM

Kazachstan

KZ

Kenia

KE

KirgiziŽ

KG

Kiribati

KI

Kleine afgelegen eilanden van de Verenigde Staten (Baker, Howland, Jarvis, Johnston, Kingman, Midway, Navassa, Palmyra en Wake)

UM

Koeweit

KW

Kosovo (zoals gedefinieerd in Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999)

XK

KroatiŽ

HR

Laos (Democratische Volksrepubliek Laos)

LA

Lesotho

LS

Letland

LV

Libanon

LB

Liberia

LR

LibiŽ

LY

Liechtenstein

LI

Litouwen

LT

Luxemburg

LU

Macau (Speciale Administratieve Regio Macau van de Volksrepubliek China)

MO

MacedoniŽ (voormalige Joegoslavische Republiek)

MK

Madagaskar

MG

Malawi

MW

Maldiven

MV

MaleisiŽ [Maleisisch schiereiland en Oost-MaleisiŽ (Labuan, Sabah en Sarawak)]

MY

Mali

ML

Malta m.i.v. Gozo en Comino

MT

Marokko

MA

Marshalleilanden

MH

MauritaniŽ

MR

Mauritius [Mauritius, Rodrigues, Agalegaeilanden en Cargados Carajoseilanden (St. Brandoneilanden)]

MU

Mayotte (Grande-Terre en Pamanzi)

YT

Melilla m.i.v. PeŮůn de Vťlez de la Gomera, PeŮůn de Alhucemas en de Chafarinas

XL

Mexico

MX

Micronesia (Federale Staten) : Chuuk, Kosrae, Pohnpei en Yap

FM

MoldaviŽ

MD

MongoliŽ

MN

Montenegro

ME

Montserrat

MS

Mozambique

MZ

Myanmar (Birma)

MM

NamibiŽ

NA

Nauru

NR

Nederland

NL

Nepal

NP

Nicaragua m.i.v. de MaÔseilanden

NI

Nieuw-CaledoniŽ [m.i.v. de Loyaliteitseilanden (Lifou, Marť, en Ouvťa)]

NC

Nieuw-Zeeland m.u.v. de onderhorigheid Ross (Antarctica)

NZ

Niger

NE

Nigeria

NG

Niue

NU

Noordelijke Marianen

MP

Noord-Korea (Democratische Volksrepubliek Korea)

KP

Noorwegen m.i.v. de Svalbardarchipel en Jan Mayen

NO

Norfolk

NF

Oeganda (Uganda)

UG

OekraÔne

UA

Oezbekistan

UZ

Oman

OM

Oostenrijk

AT

Oost-Timor

TL

Pakistan

PK

Palau

PW

Panama (m.i.v. de voormalige kanaalzone)

PA

Papoea-Nieuw-Guinea [Oostelijk deel van Nieuw-Guinea; Bismarckarchipel (waaronder New Britain, New Ireland, Lavongai en de Admiraliteitseilanden)]; Noordelijke Salomonseilanden (Bougainville en Buka) : Trobiandeilanden, Woodlark, d'Entrecasteaux-eilanden en de Louisiaden

PG

Paraguay

PY

Peru

PE

Pitcairn m.i.v. de Ducie, de Henderson en Oeno

PN

Polen

PL

Portugal m.i.v. de Azoren en Madeira

PT

Qatar

QA

RoemeniŽ

RO

Russische Federatie (Rusland)

RU

Rwanda

RW

Salomonseilanden

SB

Samoa

WS

San Marino

SM

Sao Tomť en Principe

ST

Saoedi-ArabiŽ

SA

Senegal

SN

ServiŽ

XS

Seychellen [Mahť, Praslin, La Digue, Frťgate en Silhouette; Amiranten (waaronder Desroches, Alphonse, Platte en CoŽtivy), Farquhar (waaronder Providence) ; Aldabra en Cosmoledo]

SC

Sierra Leone

SL

Singapore

SG

Sint-Maarten (Nederlands deel)

SX

SloveniŽ

SI

Slowakije

SK

Soedan (Sudan)

SD

Soedan (Sudan)(Zuid)

SS

SomaliŽ

SO

Spanje m.i.v. de Balearen en de Canarische eilanden, m.u.v. Ceuta en Melilla

ES

Sri Lanka

LK

St. Barthťlemy

BL

St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha

SH

St. Kitts en Nevis

KN

St. Lucia

LC

St. Pierre en Miquelon

PM

St. Vincent en de Grenadines

VC

Suriname

SR

Swaziland

SZ

SyriŽ (Arabische Republiek SyriŽ)

SY

Tadzjikistan

TJ

Taiwan (Douanegebied Taiwan, Penghu, Kinmen en Matsu)

TW

Tanzania, Verenigde Republiek (Tanganjika, Zanzibar en Pemba)

TZ

ThaÔland

TH

Togo

TG

Tokelau-eilanden

TK

Tonga

TO

Trinidad en Tobago

TT

Tsjaad

TD

TsjechiŽ

CZ

TunesiŽ

TN

Turkije

TR

Turkmenistan

TM

Turks-en Caicoseilanden

TC

Tuvalu

TV

Uruguay

UY

Vanuatu

VU

Vaticaanstad

VA

Venezuela, Bolivariaanse Republiek

VE

Verenigd Koninkrijk (Groot-BrittaniŽ, Noord-Ierland, de Kanaal-eilanden en Man)

GB

Verenigde Arabische Emiraten (Abu Dhabi, Ajman, Dubai, Fujairah, Ras al Khaimah, Sharjah en Umm al Qaiwain)

AE

Verenigde Staten van Amerika m.i.v. Puerto Rico

US

Vietnam

VN

Wallis en Futuna m.i.v. Alofi

WF

Westelijke Sahara

EH

Wit-Rusland (Belarus)

BY

Zambia

ZM

Zimbabwe

ZW

Zuid-Afrika

ZA

Zuid-GeorgiŽ en de Zuid-Sandwicheilanden

GS

Zuid-Korea (Republiek Korea)

KR

Zweden

SE

Zwitserland m.i.v. het Duitse gebied BŁsingen en de Italiaanse gemeente Campione d'Italia

CH

 

 

4b.Overige

 

Alfa code

Benaming

QP

Volle zee (zeegebied buiten de territoriale wateren)

QQ

Boordprovisie en -benodigdheden, alsmede bunkermateriaal

QR

Boordprovisie en -benodigdheden, alsmede bunkermateriaal in het kader van het intra-EU-handelsverkeer

QS

Boordprovisie en -benodigdheden, alsmede bunkermateriaal in het kader van het handelsverkeer met derde landen

QU

Niet nader bepaalde landen en gebieden

QV

Niet nader bepaalde landen en gebieden in het kader van het intra-EU-handelsverkeer

QW

Niet nader bepaalde landen en gebieden in het kader van het handelsverkeer met derde landen

QX

Om commerciŽle of militaire redenen niet nader aangegeven landen en gebieden

QY

Om commerciŽle of militaire redenen niet nader aangegeven landen en gebieden in het kader van het intra-EU-handelsverkeer

QZ

Om commerciŽle of militaire redenen niet nader aangegeven landen en gebieden in het kader van het handelsverkeer met derde landen

 

_____________________________

(1)Zie instructie ďGemeenschappen en PreferentiesĒ Ė D.I. 561.

 

TOP