Back

WETTELIJKE BEPALINGEN

 

 

In de Wettelijke bepalingen is een onderscheid gemaakt tussen "EU-bepalingen" en "Benelux-bepalingen".

 

De EU-bepalingen betreffende de goederennomenclatuur en de douanerechten (zie punt I hierna), de producten bestemd voor bepaalde soorten schepen en voor boor- en werkeilanden en de farmaceutische producten komen uit de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad, van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (GN), laatst vervangen met Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2016/1821 van de Commissie van 6 oktober 2016 (PB EU nr. L 294 van 28 oktober 2016).

 

De EU-bepalingen betreffende de douanewaarde zijn terug te vinden in het douanewetboek (zie onder II hierna).

 

De Benelux-bepalingen komen uit de bijlage bij het "Benelux-protocol tot vaststelling van een Beneluxtarief van douanerechten". Alhoewel het niet meer de bevoegdheid van de Benelux is om het Tarief van douanerechten vast te stellen, zijn toch sommige destijds in de bijlage bij het protocol vastgestelde regels betreffende de toepassing van het Tarief nog steeds geldig. Zij zijn hierna opgenomen onder punt III.

 

 

I.  EU-bepalingen betreffende de goederennomenclatuur en de douanerechten

 

A.   Algemene regels voor de interpretatie van de tariefnomenclatuur

 

Voor de indeling van goederen in de nomenclatuur van het tarief gelden de volgende bepalingen (interpretatieregels):

 

1.  De tekst van de opschriften van de afdelingen, de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en - voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen - de navolgende regels.

 

2.  a)  De vermelding van een goed in een post heeft eveneens betrekking op dat goed in niet-complete of in niet-afgewerkte staat voor zover dit de essentiële kenmerken van het complete of het afgewerkte goed vertoont. Deze vermelding heeft eveneens betrekking op een compleet of een afgewerkt goed of een op grond van de voorgaande volzin als zodanig aan te merken goed, indien het wordt aangeboden in gedemonteerde of in niet-gemonteerde staat.

b)  Onder een in een post vermelde stof wordt niet alleen verstaan die stof in zuivere staat, doch ook vermengd of verbonden met andere stoffen. Evenzo worden onder werken van een genoemde stof niet alleen verstaan die werken die geheel uit die stof bestaan, doch ook werken die gedeeltelijk uit die stof bestaan. De vorenbedoelde mengsels en samengestelde werken worden ingedeeld met inachtneming van de onder 3 vermelde beginselen.

 

3.  Indien goederen met toepassing van het bepaalde onder 2 b) of om enige andere reden vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling als volgt:

a)  De post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Indien echter twee of meer posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld of op een gedeelte van de artikelen, in het geval van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, worden die posten, met betrekking tot bedoelde mengsels en goederen, aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van de andere posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft;

b)  mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder 3 a), worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald;

c)  in de gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder 3 a) en 3 b) niet mogelijk is, wordt van de verschillende in aanmerking komende posten, de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.

 

4.  Goederen, die niet kunnen worden ingedeeld overeenkomstig vorenstaande regels, worden ingedeeld onder de post, die van toepassing is op de goederen waarmee zij de meeste overeenkomst vertonen.

 

5.  Voor de hierna genoemde goederen gelden daarenboven de volgende regels:

a)  etuis, foedralen en koffers voor camera's, voor muziekinstrumenten of voor wapens, dozen voor tekeninstrumenten, juwelenkistjes en dergelijke bergingsmiddelen, speciaal gevormd of ingericht voor het opbergen van een bepaald artikel of van een stel of assortiment van artikelen, geschikt voor herhaald gebruik en aangeboden met de artikelen waarvoor ze bestemd zijn, worden ingedeeld onder dezelfde post als die artikelen indien zij van de soort zijn die normaal daarmee wordt verkocht. Deze regel geldt echter niet voor bergingsmiddelen die aan het geheel het wezenlijk karakter verlenen;

b)  behoudens het bepaalde onder 5 a) worden gevulde verpakkingsmiddelen (1) ingedeeld met de verpakte goederen indien zij van de soort zijn die normaal als verpakking voor die goederen wordt gebruikt. Deze regel is echter niet verplichtend voor verpakkingsmiddelen die klaarblijkelijk geschikt zijn voor herhaald gebruik.

 

6.  Voor de indeling van goederen in de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede "mutatis mutandis" de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing.

 

 

B.   Algemene bepalingen met betrekking tot het douanerecht - Gecombineerde Nomenclatuur

 

1.  De conventionele rechten, genoemd in kolom 3 van de tabel van de rechten (GN, tweede deel), zijn van toepassing bij invoer van goederen van oorsprong uit landen die partij zijn bij de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel of waarmee de Europese Unie overeenkomsten heeft gesloten die de meestbegunstigingsclausule op het gebied van de tarieven bevatten; voor zover niet anders is bepaald, gelden deze conventionele rechten eveneens voor andere dan de hierboven bedoelde goederen die uit enig derde land worden ingevoerd.

Indien de autonome rechten lager zijn dan de conventionele rechten, zijn de autonome rechten, die dan in een voetnoot worden aangegeven, van toepassing (2).

 

2.  De bepalingen in punt 1 gelden niet indien voor goederen van oorsprong uit bepaalde landen speciale autonome rechten zijn vastgesteld of indien krachtens overeenkomsten preferentiële rechten van toepassing zijn.

 

3.  De bepalingen in de punten 1 en 2 vormen geen belemmering voor de toepassing door de lidstaten van andere rechten dan die van het gemeenschappelijk douanetarief, voor zover een bepaling van het recht van de Europese Unie dit rechtvaardigt.

 

4.  Indien de rechten zijn uitgedrukt in procenten, betreft het waarderechten.

 

5.  De vermelding „EA” betekent dat op de bedoelde producten een landbouwelement dat overeenkomstig bijlage I is vastgesteld van toepassing is.

 

6.  De vermelding „AD S/Z” of „AD F/M” in de hoofdstukken 17 tot en met 19 betekent dat het maximumrecht bestaat uit een ad-valoremrecht plus een aanvullend recht dat van toepassing is op bepaalde soorten suiker of op meel. Dit aanvullend recht wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van bijlage I.

 

7.  De vermelding „€/ % vol/hl” in hoofdstuk 22 betekent dat een specifiek recht van toepassing is, uitgedrukt in euro per volumepercentage alcohol per hectoliter. Zo wordt een drank met een alcoholvolumegehalte van 40 % als volgt belast, indien onderstaande specifieke rechten van toepassing zijn:

-    “1 €/ % vol/hl” = 1 € × 40 = 40 € per hectoliter, of

-    “1 €/ % vol/hl + 5 €/hl” = 1 € × 40 + 5 = 45 € per hectoliter.

De vermelding „MIN” (bijvoorbeeld: „1,6 €/ % vol/hl MIN 9 €/hl”) betekent dat het recht berekend overeenkomstig de hierboven vermelde regel, vergeleken moet worden met het minimumrecht (in dit voorbeeld „9 €/hl”) en dat het hoogste van de twee toegepast wordt.

 

 

C.   Algemene bepalingen die zowel op de nomenclatuur als op het douanerecht betrekking hebben

 

1.  Behoudens bijzondere bepalingen, worden de belastbare waarde, voor naar de waarde belaste goederen, en de waarde die bepalend is voor de indeling onder sommige posten of onderverdelingen van posten, vastgesteld aan de hand van de bepalingen inzake de douanewaarde.

 

2.  Voor de vaststelling van het belastbare gewicht voor naar het gewicht belaste goederen, en het gewicht dat bepalend is voor de indeling onder sommige posten of onderverdelingen van posten, wordt verstaan:

a) onder "brutogewicht" het gewicht van het goed, vermeerderd met dat van al zijn bergingsmiddelen en verpakkingen;

b) onder "nettogewicht" of "gewicht" zonder nadere aanduiding, het eigen gewicht van het goed ontdaan van al zijn bergingsmiddelen en verpakkingen.

 

3. De tegenwaarde in nationale valuta van de euro, voor lidstaten andere dan de deelnemende lidstaten vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad (PB L 139 van 11.5.1998 blz. 1) (hierna genoemd "niet-deelnemende lidstaten"), wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad (PB L 269 van 10.10.2013 blz. 1).

 

4.  Gunstige tariefbehandeling voor bepaalde goederen uit hoofde van een bijzondere bestemming:

Goederen met een bijzondere bestemming waarvoor het uit hoofde van deze bijzondere bestemming geldende douanerecht niet lager is dan het douanerecht dat van toepassing is indien met de bijzondere bestemming geen rekening wordt gehouden, worden ingedeeld onder de onderverdeling die in deze bijzondere bestemming voorziet, zonder dat de bepalingen van artikel 254 van Verordening (EU) nr. 952/2013 worden toegepast.

 

 

II.  Bepalingen betreffende de douanewaarde van de goederen (EG-bepalingen)

 

(Artikelen 69 t/m 76 van het douanewetboek van de Unie - Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013)

 

 

Douanewaarde van goederen

 

Artikel 69

 

Toepassingsgebied

 

De douanewaarde van goederen met het oog op de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief en van niet-tarifaire maatregelen die bij Uniebepalingen in het kader van het goederenverkeer met betrekking tot specifieke gebieden zijn vastgesteld, wordt overeenkomstig de artikelen 70 en 74 vastgesteld.

 

Artikel 70

 

Op de transactiewaarde gebaseerde methode voor de vaststelling van de douanewaarde

 

1.  De primaire basis voor de douanewaarde van goederen is de transactiewaarde, te weten: de voor de goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie, waar nodig aangepast.

 

2.  De werkelijk betaalde of te betalen prijs is de totale betaling die door de koper aan de verkoper of door de koper aan een derde ten behoeve van de verkoper voor de ingevoerde goederen is of moet worden verricht, en omvat alle betalingen die als voorwaarde voor de verkoop van de ingevoerde goederen werkelijk zijn of moeten worden verricht.

 

3.  De transactiewaarde is van toepassing mits aan alle van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)  er zijn geen beperkingen ten aanzien van de overdracht of het gebruik van de goederen door de koper, behalve in een van de volgende gevallen:

i)   bij de wet of door de autoriteiten in de Unie worden beperkingen opgelegd of voorgeschreven;

ii)  er gelden beperkingen ten aanzien van het geografische gebied waarbinnen de goederen mogen worden doorverkocht;

iii) de douanewaarde van de goederen wordt door de beperkingen niet aanzienlijk beïnvloed;

b)  de verkoop of de prijs is niet afhankelijk gesteld van enige voorwaarde of prestatie waarvan de waarde met betrekking tot de goederen waarvan de waarde dient te worden bepaald, niet kan worden vastgesteld;

c)  geen enkel deel van de opbrengst van elke latere wederverkoop of overdracht of later gebruik van de goederen door de koper zal de verkoper direct of indirect ten goede komen, tenzij een toepasselijke aanpassing kan worden aangebracht;

d)  koper en verkoper zijn niet verbonden, of hun verbondenheid is niet van dien aard dat de prijs erdoor wordt beïnvloed.

 

Artikel 71

 

Elementen van de transactiewaarde

 

1.  Voor het vaststellen van de douanewaarde krachtens artikel 70 wordt de voor de ingevoerde goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs verhoogd met:

a)  de volgende elementen, voor zover deze ten laste komen van de koper en zij niet begrepen zijn in de werkelijk voor de goederen betaalde of te betalen prijs:

i)   commissies en courtage, met uitzondering van inkoopcommissies;

ii)  kosten van verpakkingsmiddelen die voor douanedoeleinden worden geacht met de goederen één geheel te vormen; en

iii) kosten van het verpakken, waaronder zowel het arbeidsloon als het materiaal is begrepen;

b)  de op passende wijze toegerekende waarde van de onderstaande goederen en diensten indien deze gratis of tegen verminderde prijs direct of indirect door de koper worden geleverd om te worden gebruikt bij de voortbrenging en de verkoop voor uitvoer van de ingevoerde goederen, voor zover deze waarde niet in de werkelijk betaalde of te betalen prijs is begrepen:

i)   materialen, samenstellende delen, onderdelen en dergelijke die in de ingevoerde goederen worden verwerkt;

ii)  werktuigen, matrijzen, gietvormen en dergelijke voorwerpen die bij de voortbrenging van de ingevoerde goederen worden gebruikt;

iii) materialen die bij de voortbrenging van de ingevoerde goederen worden verbruikt; en

iv) engineering, ontwikkeling, werken van kunst, ontwerpen, en tekeningen en schetsen die buiten de Unie zijn verricht of vervaardigd en die noodzakelijk zijn voor de productie van de ingevoerde goederen;

c)  royalty's en licentierechten met betrekking tot de goederen waarvan de waarde wordt bepaald, die de koper als voorwaarde voor de verkoop van deze goederen direct of indirect moet betalen, voor zover deze royalty's en licentierechten niet in de werkelijk betaalde of te betalen prijs zijn begrepen;

d)  de waarde van elk deel van de opbrengst van elke latere wederverkoop, overdracht of gebruik van de ingevoerde goederen dat de verkoper direct of indirect ten goede komt; en

e)  de volgende kosten tot aan de plaats waar de goederen in het douanegebied van de Unie worden gebracht:

i)   de kosten van vervoer en verzekering van de ingevoerde goederen, en

ii)  de met het vervoer verband houdende kosten van het laden en behandelen van de ingevoerde goederen.

 

2.  Wanneer overeenkomstig lid 1 elementen aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs worden toegevoegd, geschiedt zulks enkel op basis van objectieve en meetbare gegevens.

 

3.  Ter bepaling van de douanewaarde worden aan de werkelijke betaalde of te betalen prijs geen andere elementen toegevoegd dan die waarin dit artikel voorziet.

 

Artikel 72

 

Niet in de douanewaarde te begrijpen elementen

 

Bij het vaststellen van de douanewaarde volgens artikel 70, worden de volgende elementen niet inbegrepen:

a)  kosten van vervoer van de ingevoerde goederen na binnenkomst ervan in het douanegebied van de Unie;

b)  kosten van constructiewerkzaamheden, installatie, montage, onderhoud of technische bijstand welke met betrekking tot ingevoerde goederen, zoals industriële installaties, machines of materieel, na de binnenkomst ervan in het douanegebied van de Unie zijn verricht;

c)  te betalen rente uit hoofde van een door de koper in verband met de aankoop van ingevoerde goederen gesloten financieringsovereenkomst, ongeacht of de financiering door de verkoper of door een andere persoon wordt verstrekt, wanneer die financieringsovereenkomst schriftelijk is, en de koper, desgevraagd, kan aantonen dat:

i)   die goederen werkelijk tegen de prijs die als werkelijk betaalde of te betalen prijs is aangegeven, worden verkocht, en

ii)  de gevraagde rentevoet niet hoger is dan in het land waar en op het tijdstip waarop de financiering heeft plaatsgevonden voor dergelijke transacties gebruikelijk is;

d)  de kosten ter verkrijging van het recht tot verveelvoudiging van de in de Unie ingevoerde goederen;

e)  inkoopcommissies;

f)  rechten bij invoer en andere belastingen die in de Unie vanwege de invoer of de verkoop van de goederen dienen te worden voldaan;

g)  onverminderd artikel 71, lid 1, onder c), door de koper verrichte betalingen ter verkrijging van het recht tot distributie of wederverkoop van de ingevoerde goederen, indien deze betalingen geen voorwaarde zijn voor de verkoop van de goederen voor uitvoer naar de Unie.

 

Artikel 73

 

Vereenvoudiging

 

De douaneautoriteiten kunnen desgevraagd toestaan dat de volgende bedragen bepaald worden op basis van specifieke criteria wanneer die bedragen niet meetbaar zijn op de datum waarop de douaneaangifte is aanvaard:

a)  bedragen die in de douanewaarde moeten worden begrepen overeenkomstig artikel 70, lid 2; en

b)  de in de artikelen 71 en 72 bedoelde bedragen.

 

Artikel 74

 

Bijkomende methoden voor de vaststelling van de douanewaarde

 

1.  Indien de douanewaarde van de goederen niet met toepassing van artikel 70 kan worden vastgesteld, dient achtereenvolgens te worden nagegaan welk van de punten a) tot en met d) van lid 2 van toepassing is en dient de douanewaarde van de goederen te worden vastgesteld met toepassing van het eerste punt dat die vaststelling mogelijk maakt.

De volgorde waarin de punten c) en d) van lid 2 worden toegepast, dient te worden omgekeerd indien de aangever daarom verzoekt.

 

2.  De douanewaarde overeenkomstig lid 1 is:

a)  de transactiewaarde van identieke goederen die op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip naar het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd als de te waarderen goederen;

b)  de transactiewaarde van soortgelijke goederen die op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip naar het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd als de te waarderen goederen;

c)  de waarde gebaseerd op de prijs per eenheid waartegen de ingevoerde goederen of identieke of soortgelijke ingevoerde goederen in het douanegebied van de Unie in de grootste samengevoegde hoeveelheid zijn verkocht aan personen die niet zijn verbonden met de verkopers; of

d)  de berekende waarde, bestaande uit de som van:

i)   de kosten of de waarde van de materialen en van de vervaardiging of van andere, bij de voortbrenging van de ingevoerde goederen verrichte be- of verwerkingen;

ii)  een bedrag voor winst en bedrijfskosten dat gelijk is aan het bedrag dat gewoonlijk in aanmerking wordt genomen wanneer producenten in het land van uitvoer goederen van dezelfde aard of dezelfde soort als die waarvan de waarde dient te worden bepaald, voor uitvoer naar de Unie verkopen;

iii) de kosten of waarde van de in artikel 71, lid 1, onder e), genoemde elementen.

 

3.  Indien de douanewaarde niet met toepassing van lid 1 kan worden vastgesteld, wordt zij aan de hand van in het douanegebied van de Unie beschikbare gegevens vastgesteld met gebruikmaking van redelijke middelen die in overeenstemming zijn met de beginselen en de algemene bepalingen van al het volgende:

a)  de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel;

b)  artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel;

c)  dit hoofdstuk.

 

Artikel 75

 

Bevoegdheidsdelegatie

 

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 284 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de voorwaarden voor het toekennen van de toestemming, als bedoeld in artikel 73.

 

Artikel 76

 

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden

 

De Commissie bepaalt door middel van uitvoeringshandelingen nader de procedureregels voor:

a)  de vaststelling van de douanewaarde overeenkomstig artikel 70, leden 1 en 2, artikel 71 en artikel 72, waaronder de regels voor het aanpassen van de werkelijk betaalde of te betalen prijs;

b)  de toepassing van de in artikel 70, lid 3, bedoelde voorwaarden;

c)  de vaststelling van de douanewaarde als bedoeld in artikel 74.

Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 285, lid 4, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

 

III.  Benelux-bepalingen

 

Artikel 6

 

Bij de indeling van goederen wordt geen rekening gehouden met handelsmerken, namen van de fabrikant of verkoper, aanwijzingen van het land van oorsprong of andere soortgelijke aanwijzingen, welke niet het karakter van versiering hebben.

 

Artikel 7

 

1.  Vervangen door de bepalingen van de omzendbrief "EURO 2002" - D.I. 509 - D.D. 234.976 van 1 januari 2002.

 

2.  Delen van een kilogram, van een liter of van een meter worden voor een gehele kilogram, voor een gehele liter of voor een gehele meter genomen. Deze regel lijdt uitzondering indien de hoeveelheid, waarover het douanerecht moet worden berekend, minder dan een kilogram, minder dan een liter of minder dan een meter bedraagt. In dit geval worden delen van een hectogram, van een deciliter of van een decimeter, voor een gehele hectogram, voor een gehele deciliter of voor een gehele decimeter genomen.

 

3.  De berekening van het douanerecht op basis van het volumepercentage ethylalcohol geschiedt per tiende percent zuivere ethylalcohol, met dien verstande dat gedeelten van een tiende percent worden verwaarloosd.

 

4.  Het volume van ethylalcoholhoudende producten wordt voor de berekening van het douanerecht en voor de bepalingen van het alcohol-volumegehalte gesteld op de hoeveelheid alcoholische vloeistof en de andere aanwezige stoffen tezamen.

 

5.  Het volume van ethylalcoholhoudende producten in vaste vorm, in deegvorm, of onder gasdruk (met uitzondering van mousserende dranken), wordt voor de berekening van het douanerecht vastgesteld:

a.  bij producten in vaste vorm of in deegvorm, op basis van een liter per 800 gram nettogewicht;

b.  bij producten onder gasdruk, op basis van de inhoudsruimte van de recipienten.

 

6.  Vervangen door de bepalingen van de omzendbrief "EURO 2002" - D.I. 509 - D.D. 234.976 van 1 januari 2002.

 

Artikel 18

 

De bevoegde ministers kunnen, op voorstel van de Commissie voor douane en belastingen, bepalingen vaststellen, volgens welke onder de door hen te stellen voorwaarden en beperkingen gehele vrijstelling van invoerrecht wordt verleend voor goederen, vermeld in de lijst bedoeld in artikel 296, tweede lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, voor zover die goederen bestemd zijn voor de uitvoering van gemeenschappelijke defensieprogramma's waarbij ten minste één van de Benelux-landen partij is.

 

Artikel 24

 

Indien in al hun onderdelen verbindende besluiten van de bevoegde instellingen van de Europese Unie met betrekking tot in het tarief van invoerrechten geregelde onderwerpen bevoegdheden toekennen aan de lidstaten of aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, worden die bevoegdheden, voor zoveel de Verdragsluitende Partijen betreft, uitgeoefend door de Ministers van Financiën of de door hen aangewezen ambtenaren.

 

 

IV.  Bijzondere EU-bepalingen

 

A.   Producten bestemd voor bepaalde soorten schepen en voor boor- en werkeilanden

 

1.  De heffing van de douanerechten wordt geschorst voor de producten die bestemd zijn voor de bouw, de reparatie, het onderhoud of de verbouwing van de in de volgende tabel aangegeven schepen, alsmede voor de producten die bestemd zijn voor de uitrusting van deze schepen.

 

2.  De heffing van de douanerechten wordt geschorst voor:

a)  de producten die bestemd zijn voor de bouw, de reparatie, het onderhoud of de verbouwing van boor- of werkeilanden:

1)  van onderverdeling ex 8430 49, die in of buiten de territoriale zee van de lidstaten vast op de zeebodem zijn of worden geplaatst,

2)  van onderverdeling 8905 20, die al dan niet op de zeebodem kunnen worden geplaatst,

alsmede voor de producten die bestemd zijn voor de uitrusting van deze boor- of werkeilanden.

Worden eveneens aangemerkt als producten die bestemd zijn voor de bouw, de reparatie, het onderhoud, de verbouwing of de uitrusting van boor- en werkeilanden, de producten zoals de brandstoffen, smeermiddelen en gassen, die noodzakelijk zijn voor de werking van de machines en toestellen die niet permanent op deze eilanden worden gebruikt en er geen integrerend deel van uitmaken, en die aan boord daarvan worden gebruikt voor de bouw, de reparatie, het onderhoud, de verbouwing of de uitrusting daarvan;

b)  de buizen, pijpen, kabels, alsmede de verbindingsstukken daarvoor, die de boor- en werkeilanden met de vaste wal verbinden.

 

3.  Het voordeel van deze schorsingen (zie TARBEL) is onderworpen aan de voorwaarden en bepalingen vastgesteld in de Instructie "Gunstige tariefbehandelingen" (D.I. 627).

 

4.  De invoer onder het voordeel van deze schorsingen is onderworpen aan de vermelding van de aanvullende code: 1199.

 

 

GN-code

Omschrijving

8901

Passagiersschepen, rondvaartboten, veerboten, vrachtschepen, aken en dergelijke schepen voor het vervoer van personen of van goederen:

8901 10

-  passagiersschepen, rondvaartboten en dergelijke schepen hoofdzakelijk bestemd voor het vervoer van personen; veerboten van alle soorten:

8901 1010

- - zeeschepen

8901 20

- tankschepen:

8901 2010

- - zeeschepen

8901 30

- koelschepen, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 8901 20:

8901 3010

- - zeeschepen

8901 90

-  andere schepen voor het vervoer van goederen en andere schepen die zowel bestemd zijn voor het vervoer van personen als van goederen:

8901 9010

- - zeeschepen

8902 00

Vissersvaartuigen; fabrieksschepen en andere schepen voor het behandelen of het conserveren van visserijproducten:

8902 0010

- zeeschepen

8903

Jachten en andere plezier- en sportvaartuigen; roeiboten en kano's:

- andere:

8903 91

- - zeilschepen, ook indien met hulpmotor:

8903 9110

- - - zeeschepen

8903 92

- - motorboten, andere dan die met buitenboordmotor:

8903 9210

- - - zeeschepen

8904 00

Sleepboten en duwboten:

8904 0010

- sleepboten

- duwboten:

8904 0091

- - zeeduwboten

8905

Lichtschepen, pompboten, baggermolens en zandzuigers, drijvende kranen en andere schepen, waarbij het varen slechts van bijkomstige betekenis is vergeleken met de hoofdfunctie; drijvende droogdokken; boor- en werkeilanden, die al dan niet op de zeebodem geplaatst kunnen worden:

8905 10

- baggermolens en zandzuigers:

8905 1010

- - zeeschepen

8905 90

- andere:

8905 9010

- - zeeschepen

8906

Andere schepen, daaronder begrepen oorlogsschepen en reddingsboten, andere dan roeiboten:

8906 1000

- oorlogsschepen

- andere:

8906 9010

- - zeeschepen

 

 

B.   Burgerluchtvaartuigen en producten bestemd voor burgerluchtvaartuigen

 

1.  Aan douanerechten worden niet onderworpen:

-    burgerluchtvaartuigen;

-    bepaalde producten bestemd om te worden gebruikt in burgerluchtvaartuigen om daarin of daaraan bij de bouw, de reparatie, het onderhoud, de gedeeltelijke vernieuwing, de wijziging of de verbouwing te worden opgenomen of verwerkt;

-    toestellen voor vliegoefeningen op de grond, alsmede delen daarvan, bestemd voor de burgerluchtvaart.

Het betreft uitsluitend goederen die vallen onder de posten en onderverdelingen die worden vermeld in punt 5.

 

2.  Voor de toepassing van punt 1, eerste en tweede streepje, worden onder "burgerluchtvaartuigen" verstaan: luchtvaartuigen andere dan die welke in de lidstaten door militaire of soortgelijke diensten worden gebruikt en militaire of daarmede gelijkgestelde kentekens dragen.

 

3.  Voor de toepassing van punt 1, tweede streepje, omvat de uitdrukking "bestemd voor burgerluchtvaartuigen" eveneens de goederen bestemd voor toestellen voor vliegoefeningen op de grond, bestemd voor de burgerluchtvaart.

 

4.  De vrijstelling van douanerechten wordt afhankelijk gesteld van de voorwaarden vastgesteld bij de op dit gebied geldende bepalingen van de Europese Unie, met het oog op het douanetoezicht op de bestemming van deze goederen (zie artikel 254 van Verordening (EU) nr. 952/2013).

 

5.  Goederen die in aanmerking komen voor deze vrijstelling van douanerechten vallen onder de hieronder genoemde posten en onderverdelingen :

3917 40, 4011 30, 4012 13, 4012 20, 4017 00, 6812 99, 7324 10, 7326 20, 8302 10, 8302 20, 8302 42, 8302 49, 8302 60, 8407 10, 8408 90, 8409 10, 8411, 8412 10 8412 21, 8412 29, 8412 31, 8412 39, 8412 8080, 8412 90, 8413 19, 8413 20, 8413 30, 8413 50, 8413 60, 8413 70, 8413 81, 8413 91, 8414 10, 8414 20, 8414 30, 8414 51, 8414 59, 8414 80, 8414 90, 8415 81, 8415 82, 8415 83, 8418 10, 8418 30, 8418 40, 8418 61, 8418 69, 8419 50, 8419 81, 8421 19, 8421 21, 8421 23, 8421 29, 8421 31, 8421 39, 8424 10, 8479 90, 8483 10, 8483 30, 8483 40, 8483 50, 8483 60, 8483 90, 8484 10, 8484 90, 8501 32, 8501 52, 8501 61, 8501 62, 8501 63, 8502, 8504 10, 8504 31, 8504 32, 8504 33, 8504 40, 8504 50, 8507, 8511 10, 8511 20, 8511 30, 8511 40, 8511 50, 8511 80, 8518 10, 8518 22, 8518 29, 8518 30, 8518 40, 8518 50, 8519 8195, 8521 10, 8526, 8528 42, 8528 52, 8528 62, 8529 10, 8531 1095, 8531 20, 8531 80, 8539 10, 8544 30, 8801, 8802 11, 8802 12, 8802 20, 8802 30, 8802 40, 8803 10, 8803 20, 8803 30, 9001 90, 9002 90, 9014 10, 9025, 9029 2038, 9030 31, 9030 33, 9030 89, 9032, 9104.

 

Voor de hieronder genoemde onderverdelingen geldt de vrijstelling van douanerechten voor goederen bestemd voor burgerluchtvaartuigen uitsluitend voor de in de tweede kolom omschreven goederen:

 

 

Onderverdeling

Omschrijving

3917 2190, 3917 2290,

3917 2390, 3917 2900,

3917 31, 3917 33, 3917 3900,

7413 00, 8307 10, 8307 90

voorzien van hulpstukken (fittings)

4008 29

op maat gesneden profielen

4009 12, 4009 22, 4009 32,

4009 42

voor gassen of vloeistoffen

3926 90, 4016 10, 4016 93,

4016 99

voor technisch gebruik

4504 90

pakking- en sluitringen

6812 80

andere dan kleding, kledingtoebehoren, schoeisel en hoofddeksels, asbestpapier, -karton en -vilt, asbestpakking in vellen of op rollen

6813 20, 6813 81, 6813 89

samengesteld met asbest of met andere minerale stoffen

7007 21

cockpitruiten, niet omlijst

7312 10, 7312 90

voorzien van hulpstukken (fittings) of verwerkt tot artikelen

7322 90

luchtverhitters en apparaten voor het verspreiden van warme lucht (met uitzondering van delen daarvan)

7324 90

sanitaire artikelen (met uitzondering van delen daarvan)

7608 10, 7608 20

voorzien van hulpstukken (fittings), voor gassen of vloeistoffen

8108 90

buizen en pijpen, voorzien van hulpstukken (fittings), voor gassen of vloeistoffen

8415 90

van machines en apparaten voor de regeling van het klimaat in besloten ruimten bedoeld bij de onderverdelingen 8415 81, 8415 82 en 8415 83

8419 90

delen van warmte-uitwisselaars

8479 89

hydropneumatische accumulatoren, mechanische aandrijfinrichtingen voor stuwkrachtkeerders, speciale toileteenheden, toestellen voor het bevochtigen van lucht of het onttrekken van vocht aan de lucht, niet-elektrische bekrachtigingsmechanismen, niet-elektrische starttoestellen, pneumatische starttoestellen voor turbinestraalmotoren en gasturbines, niet-elektrische ruitenwissers en niet-elektrische toestellen voor het regelen van de stand van vliegtuigpropellers

8501 20, 8501 40

met een vermogen van meer dan 735 W doch niet meer dan 150 kW

8501 31

motoren met een vermogen van meer dan 735 W en generatoren

8501 33

motoren met een vermogen van niet meer dan 150 kW en generatoren

8501 34

generatoren met een vermogen van meer dan 375 kW

8501 51

met een vermogen van meer dan 735 W

8501 53

met een vermogen van niet meer dan 150 kW

8516 8020

aangebracht op een gewone drager van isolerende stof en voorzien van elektrische aansluitingen, voor het ontdooien en om ijsafzetting tegen te gaan

8517 6931, 8517 6939

voor radiotelefonie of voor radiotelegrafie

8517 12, 8517 61, 8517 62,

8517 6990

toestellen voor radiotelefonie of radiotelegrafie

8522 90

groepen samengevoegde delen, voor toestellen bedoeld bij onderverdelingen 8519 8195 en 8519 8990

8529 90

groepen samengevoegde delen voor toestellen bedoeld bij post 8526

8536 70

kunststof verbindingsstukken voor optische vezels, optischevezelbundels of optischevezelkabels

8543 7090

toestellen voor het registreren van vluchtgegevens, elektrische synchro’s en transducers (transductoren), ontdooi- en ontwaseminrichtingen met elektrische weerstanden

8543 90

groepen samengevoegde delen voor toestellen voor het registreren van vluchtgegevens

8803 9090

met inbegrip van zweefvliegtuigen

9014 90

van apparaten en toestellen bedoeld bij de onderverdelingen 9014 10 en 9014 20

9020 00

andere dan delen

9029 10

toerentellers

9029 90

van toerentellers, snelheidsmeters en tachometers

9031 90

bedoeld bij onderverdeling 9031 80

9109 10, 9109 90

met een breedte of een diameter van niet meer dan 50 mm

9401 10

niet met leder overtrokken

9405 10, 9405 60

van kunststof of van onedel metaal

9405 92, 9405 99

van kunststof of van onedel metaal, van goederen bedoeld bij de onderverdelingen 9405 10 en 9405 60

 

6.  De in punt 5 genoemde goederen zijn in het Taric opgenomen onder onderverdelingen met de volgende voetnoot: “Indeling onder deze onderverdeling is onderworpen aan de voorwaarden en bepalingen, vastgesteld bij de op dit gebied geldende bepalingen van de Europese Unie (zie artikel 254 van Verordening (EU) nr. 952/2013).”

 

 

C.   Farmaceutische producten

 

1.  Vrijstelling van douanerechten wordt verleend voor de volgende categorieën farmaceutische producten:

1)  de in bijlage 3 (3) opgenomen farmaceutische stoffen die bekend staan onder de CAS RN (Chemical Abstracts Service Registry Numbers) en de internationale generieke benamingen (INN);

2)  zouten, esters en hydraten van de met INN aangeduide stoffen, die aangeduid worden door een combinatie van de INN van bijlage 3 (3) en de voor- of achtervoegsels van bijlage 4 (3), mits deze producten kunnen worden ingedeeld onder dezelfde zes-cijferige GS-onderverdeling als de corresponderende INN;

3)  zouten, esters en hydraten van de met INN aangeduide stoffen die zijn opgenomen in bijlage 5 (3) en niet kunnen worden ingedeeld onder dezelfde zescijferige GS-onderverdeling als de corresponderende INN;

4)  de farmaceutische tussenproducten die in bijlage 6 (3) zijn opgenomen en worden aangeduid met een chemische naam en een CAS RN en die worden gebruikt bij de vervaardiging van farmaceutische producten.

 

2.  Bijzondere gevallen:

1)  de INN omvatten uitsluitend de stoffen die zijn beschreven in de lijsten van aanbevolen en voorgestelde INN bekendgemaakt door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Indien het aantal door de INN omvatte stoffen minder is dat het aantal stoffen omvat door de CAS RN, dan worden uitsluitend de door de INN omvatte stoffen vrijgesteld van rechten;

2)  wanneer een in bijlage 3 (3) of 6 (3) opgenomen product aangeduid wordt met een CAS RN dat overeenstemt met een bepaalde isomeer, komt uitsluitend deze isomeer in aanmerking voor vrijstelling;

3)  de dubbele derivaten (zouten, esters en hydraten) van de met INN aangeduide stoffen, die aangeduid worden door een combinatie van de INN van bijlage 3 (3) en de voor- of achtervoegsels van bijlage 4 (3), voor zover deze producten kunnen worden ingedeeld onder dezelfde zescijferige GS-onderverdeling als de corresponderende INN, komen in aanmerking voor vrijstelling;

voorbeeld : methylalaninaathydrochloride

4)  wanneer een met een INN aangeduide stof van bijlage 3 (3) een zout is (of een ester), komt geen enkel ander zout (of ester) van het zuur dat overeenstemt met de INN in aanmerking voor vrijstelling;

voorbeeld:  kaliumoxprenoaat (INN): vrijstelling

                   natriumoxprenoaat: geen vrijstelling

 

3.  De vrijstelling (zie TARBEL) is afhankelijk van het gebruik van de aanvullende Taric-code 2500.

Indien het product geen vrijstelling kan genieten is het gebruik van de aanvullende Taric-code 2501 verplicht.

 

 

D.   Forfaitaire heffing

 

1.  Een forfaitair douanerecht van 2,5 % ad valorem is van toepassing op goederen:

-    vervat in door particulieren aan particulieren gerichte zendingen, of

-    die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers,

voor zover het invoer betreft waaraan elk handelskarakter vreemd is.

Dit forfaitair douanerecht van 2,5 % is van toepassing wanneer de intrinsieke waarde van de aan invoerrechten onderworpen goederen, per zending of per reiziger, niet meer dan 700 EUR bedraagt.

Van dit forfaitaire douanerecht zijn uitgesloten goederen die volgens het douanetarief vrij van rechten kunnen worden ingevoerd en goederen van hoofdstuk 24 die deel uitmaken van een zending of de persoonlijke bagage van reizigers in hoeveelheden die groter zijn dan die van artikel 27 of krachtens artikel 41 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (PB L 324 van 10.12.2009, blz. 23).

 

2.  Onder invoer zonder handelskarakter wordt verstaan invoer waarbij het gaat om goederen die deel uitmaken van:

a)  door particulieren aan particulieren gerichte zendingen, welke invoer tegelijkertijd :

-    een incidenteel karakter draagt,

-    uitsluitend bestaat uit goederen bestemd voor persoonlijk gebruik van de geadresseerde dan wel voor gebruik door leden van diens gezin, mits uit de aard of de hoeveelheid der goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken,

-    zonder enige vorm van betaling door de afzender aan de geadresseerde wordt gezonden;

b)  persoonlijke bagage van reizigers, welke invoer tegelijkertijd:

-    een incidenteel karakter draagt, en

-    uitsluitend betrekking heeft op goederen bestemd voor persoonlijk gebruik van de reizigers dan wel voor gebruik door leden van hun gezin of bestemd om ten geschenke te worden aangeboden, mits uit de aard of de hoeveelheid der goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken.

 

3.  Het forfaitaire douanerecht is niet van toepassing op goederen die onder de in de punten 1 en 2 genoemde voorwaarden worden ingevoerd en ten aanzien waarvan de betrokkene, alvorens dat recht daarop wordt toegepast, heeft verzocht dat zij aan de daarvoor geldende rechten bij invoer worden onderworpen. In dat geval worden alle onder de invoer begrepen goederen, onverminderd de in de artikelen 25 tot en met 27 en 41 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 bedoelde vrijstellingen, aan de daarvoor geldende rechten bij invoer onderworpen.

Voor de toepassing van de eerste alinea worden onder rechten bij invoer verstaan zowel de douanerechten en heffingen van gelijke werking als de belastingen bij invoer die zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die van toepassing zijn op bepaalde uit de verwerking van landbouwproducten verkregen goederen.

 

4.  De niet-deelnemende lidstaten mogen het bedrag dat ontstaat door de omrekening van het bedrag van 700 € in nationale valuta, afronden.

 

5.  De niet-deelnemende lidstaten mogen de tegenwaarde van het bedrag van 700 € in nationale valuta ongewijzigd handhaven, indien bij de jaarlijkse aanpassing zoals voorzien in artikel 53 van Verordening (EU) nr. 952/2013, de omrekening van dit bedrag, vóór de in punt 4 genoemde afronding, een wijziging van minder dan 5 % van de in nationale valuta uitgedrukte tegenwaarde of een verlaging van die tegenwaarde oplevert.

 

 

E.   Bergingsmiddelen en verpakkingsmiddelen

 

De navolgende bepalingen zijn van toepassing op de onder de letters a) en b) van algemene regel 5 omschreven bergings- en verpakkingsmiddelen die gelijktijdig met de goederen waarmee zij worden aangeboden of die zij bevatten in het vrije verkeer worden gebracht:

 

1.  Indien de bergings- en verpakkingsmiddelen, overeenkomstig algemene regel 5, ingedeeld worden bij de goederen waarmee zij worden ingevoerd of die zij bevatten, zijn zij:

a)  aan hetzelfde douanerecht onderworpen als het verpakte goed:

-    indien dit aan een douanerecht naar de waarde is onderworpen, of

-    indien zij in het belastbare gewicht van het verpakte goed dienen te worden begrepen;

b)  niet aan douanerecht onderworpen:

-    indien het goed niet aan douanerecht is onderworpen, of

-    indien dit naar een andere maatstaf is belast dan het gewicht of de waarde, of

-    indien het gewicht van die bergings- en verpakkingsmiddelen niet in het belastbare gewicht van het verpakte goed dient te worden begrepen.

 

2.  Indien de in punt 1, onder a) en b), bedoelde bergings- of verpakkingsmiddelen verscheidene goederen van verschillende soort bevatten of met zulke goederen worden aangeboden, worden voor de vaststelling van het belastbaar gewicht of de belastbare waarde van die goederen het gewicht en de waarde van bedoelde verpakkingsmiddelen omgeslagen over alle goederen naar evenredigheid van het gewicht of de waarde van elk goed.

 

 

F.    Gunstige tariefbehandeling in verband met de aard van de goederen

 

Toepassing vanaf 1 juli 2000 ingevolge Verordening EG nr. 1228/2000 van de Commissie van 31 mei 2000 - Publicatieblad EG nr. L 143 van 16.6.2000 (zie instructie "Gunstige tariefbehandelingen 2001" - D.I. 627).

 

1.  De volgende goederen komen, uit hoofde van hun aard, onder bepaalde voorwaarden voor een gunstige tariefbehandeling in aanmerking:

-    voor consumptie ongeschikte producten,

-    zaaigoed,

-    builgaas, niet geconfectioneerd,

-    bepaalde soorten druiven voor tafelgebruik, tabak en nitraat.

Op deze goederen is de voetnoot (4) van toepassing die als volgt luidt: „Indeling onder deze onderverdeling is onderworpen aan de voorwaarden en bepalingen, vastgesteld in titel II, onder F, van de inleidende bepalingen” of „Deze gunstige tariefbehandeling wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan de voorwaarden en bepalingen, vastgesteld in titel II, onder F, van de inleidende bepalingen van de Gecombineerde Nomenclatuur.”

 

2.  De voor de consumptie ongeschikte producten die in verband met hun aard voor een gunstige tariefbehandeling in aanmerking komen, zijn opgenomen in de instructie "Gunstige tariefbehandelingen 2001" met de post waaronder zij worden ingedeeld en de naam en de hoeveelheid van de gebruikte denatureringsmiddelen. Deze producten worden geacht niet geschikt te zijn voor consumptie wanneer het te denatureren producten en het denatureringsmiddel een homogeen mengsel vormen en de bestanddelen daarvan niet meer op lonende wijze kunnen worden afgescheiden.

 

3.  De hieronder genoemde goederen worden onder posten ingedeeld die betrekking hebben op zaaigoed, voorzover zij aan de communautaire wetgeving terzake voldoen:

-    voor zaaidoeleinden bestemde suikermaïs, spelt, maïshybriden, rijst en sorghohybriden: Richtlijn 66/402/EEG van de Raad (Publicatieblad L 125 van 11.7.1966);

-    voor pootaardappelen: Richtlijn 2002/56/EG van de Raad van 13 juni 2002 (Publicatieblad L 193 van 20.7.2002);

-    voor zaaidoeleinden bestemde oliehoudende zaden en vruchten: Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 (Publicatieblad L 193 van 20.7.2002);

Suikermaïs, spelt, maïshybriden, rijst, sorghohybriden of oliehoudende zaden en vruchten, van de soorten die niet onder de werkingssfeer van de landbouwwetgeving vallen, komen voor een gunstige tariefbehandeling in verband met de aard van het product in aanmerking, indien zij zonder enige twijfel voor zaaidoeleinden zijn bestemd.

 

4.  Niet-geconfectioneerd builgaas komt voor een gunstige tariefbehandeling in aanmerking, mits dit weefsel van niet-uitwisbare merktekens is voorzien waaruit blijkt dat het voor het builen of soortgelijke industriële doeleinden is bestemd.

 

5.  Druiven voor tafelgebruik, tabak en nitraat komen voor een gunstige tariefbehandeling in aanmerking, op vertoon van een naar behoren geviseerd certificaat. De in acht te nemen voorschriften en de modellen van de certificaten zijn opgenomen in de instructie "Gunstige tariefbehandelingen 2001" - D.I. 627.

_____________________________

(1)  Onder “verpakkingsmiddelen” worden verstaan, alle uitwendige en inwendige bergingsmiddelen, omhulsels, opwindmiddelen en dergelijke voorzieningen, met uitsluiting van vervoermiddelen - met name containers-, dekkleden  en het stuw-en hulpmateriaal. Hieronder worden echter niet de in algemene regel 5, onder a), bedoelde bergingsmiddelen verstaan.

(2)  In TARIC (en TARBEL) is altijd dit laagste recht opgenomen. Dit is het zogenaamde toepasselijke recht “derde landen” (Erga Omnes) aangeduid met het maatregeltype “APPL”.

(3)  Betreft bijlage van de Gecombineerde Nomenclatuur

(4)  De desbetreffende onderverdelingen zijn de volgende: 0408 1120, 0408 1920, 0408 9120, 0408 9920, 0701 1000, 0712 9011, 0806 1010, 1001 9110, 1005 1013, 1005 1015, 1005 1018, 1006 1010, 1007 1010, 1106 2010, 1201 1000, 1202 3000, 1204 0010, 1205 1010, 1206 0010, 1207 2100, 1207 4010, 1207 5010, 1207 9110, 1207 9920, 2401 1035, 2401 1085, 2401 1095, 2401 2035, 2401 2085, 2401 2095, 2501 0051, 3102 5000 10, 3105 9020 10, 3105 9080 10 , 3502 1110, 3502 1910, 3502 2010, 3502 9020, 5911 2000.

TOP